Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

aantal der dienstjaren kan wel is waar ook de winkeljuffrouw op stijging van salaris rekenen; 70 en 80 mark beteekenen echter in de meeste gevallen een slechts moeilijk bereikbaar maximum, maandelijksche inkomens van 100 tot 120 mk. komen slechts bij uitzondering voor. Daar de tijd van werkeloosheid vaak tot drie maanden kan duren, krimpt de som, die de winkeljuffrouw voor het geheele jaar ten dienste staat, zoozeer ineen, dat het bijkans onmogelijk is om er mee uit te komen. De opgaven der berlijnsche vrouwelijke handelsbedienden bevestigen dat. Volgens deze bedroegen de gemiddelde uitgaven voor kost en inwoning 51 mk.; 30 mk. werd het minste genoemd waarmee de levensbehoeften nog met moeite te bestrijden waren. ') Stellen wij tegenover deze uitgaven het gemiddelde inkomen van 58 mk., dan is het zonder meer duidelijk, dat met een rest van 7 mk. de uitgaven voor bewassching, kleeding, tramgeld, enz. — van ontspanning is geen sprake — niet gedekt kunnen worden. Vooral de eischen aan de kleeding gesteld, die de begrooting der handelsbedienden zoozeer drukken, kunnen er niet van betaald worden en toch stelt de winkeljuffrouw haar betrekking in de waagschaal, wanneer zij die eischen niet vervult. Hoe hoog deze zijn, bewijst een amerikaansche becijfering der uitgaven voor woning en kleeding al naar de beroepen der arbeidsters. Terwijl de fabrieksmeisjes vaak nauwelijks het vierde deel voor haar kleeding gebruiken van wat zij voor woning uitgeven, overtreft de som, waarmee de winkeljuffrouwen haar toilet bekostigen, haast steeds de uitgaven voor de woning; zeer vaak zelfs is zij hooger dan de som die zij voor haar geheele levensonderhoud rekenen. 2) Denken wij nu echter aan maandelijksche inkomsten die het gemiddelde van 58 mk. niet bereiken, wellicht slechts 20 of 30 mk. bedragen, dan is, zelfs bij een verbruik van slechts 30 mk. voor kost en inwoning, waarbij slechts op een slaapsteê gerekend kan worden en de onvoldoende voeding chronisch wordt, een aanzienlijk tekort onvermijdelijk. Het bestaan is slechts dan verzekerd, wanneer de zoo laag betaalden bij haar familie inwonen. In welken omvang dit inderdaad geschiedt, is niet vast te stellen. Een particuliere enquête, die 825 berlijnsche handelsbedienden omvatte, gaf tot uitkomst, dat 585, dus 71 °/o van hen bij familieleden wonen; 240 zijn genoodzaakt zichzelf een onderkomen te verschaffen, en 36,75 °/o dezer zelfstandige meisjes hebben een maandelijksch inkomen van beneden -30 tot 60 mk., 3) zij behooren dus tot hen, die volgens onze berekening of slechts onder de grootste

') T. a. p., blz. 18.

2) Zie Working Women in large Cities, t. a. p., blz. 532 en vlgg.

3) Zie Julius Meyer, t. a. p., blz. 18.

Sluiten