Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hebben om zich uit te kleeden, ') leidt ten slotte ook tot geestelijke verslapping. Zelden slechts strekt zich de belangstelling verder uit dan tot de alledaagsche persoonlijke zaken; een krachtige strijd om beter arbeidsvoorwaarden ligt geheel buiten haar gedachtenkring.

Bij de lichamelijke en geestelijke gevolgen van den proletarischen vrouwenarbeid in den handel voegen zich echter nog de treurige zedelijke gevolgen. De groote massa der bedienden kan van haar arbeidsinkomen niet leven; niet alleen dat zij zeer vaak het soberst bestaan nauwelijks kunnen bestrijden, hare eischen zijn ook van huis uit hooger en worden door haar gansche omgeving, voornamelijk in de bazars en confectiemagazijnen, nog verhoogd. En met gewoonte en eischen moet men rekening houden, wanneer men een toestand van gebrek en den omvang der daarmee verbonden gevaren juist wil beoordeelen. Een fabrieksarbeidster in een of andere kleine saksische fabrieksstad kan zich met hetzelfde inkomen verzekerd en bevredigd gevoelen, dat een winkeljuffrouw in een berlijnsch magazijn in de armen der schande drijft. Veel sterker invloeden werken bij haar nog mee dan bij de arme arbeidster: deze trouwt gemakkelijk, volgens het inzicht van koele rekenmeesters lichtzinnig, haar uitverkorene ziet in haar arbeidskracht haar meest waardevolle huwelijksgift; voor de eerste echter is het huwelijk een zelden verwezenlijkte droom, want hare mannelijke arbeidsgenooten zoeken bovenal een klinkende huwelijksgift, om zich daardoor zelfstandig te kunnen maken, en voor de vrouwen sluit haar beroep het huwelijk uit. Wanneer de nood haar niet ten val brengt, dan is het de dorst van hart en zinnen, die haar in die liefdesverhoudingen verstrikt, die zoo vaak een treurig einde hebben. Daarbij nadert haar de verleiding ook meer dan anderen door het verkeer met de klanten. Het is niet overdreven, maar het komt overeen met de dagelijks waarneembare feiten, dat de mannen van de wereld uit de groote steden de bazars en magazijnen als een geliefkoosd veld voor hun jacht naar menschenwaar beschouwen. Maar ook voor de chefs zeiven zijn de bedienden niet zelden vogelvrij. Een arm meisje moet of een hooge mate van zedelijke kracht, zelfverloochening en onthoudingsvermogen, of een treurig gebrek aan levenslust en liefdesverlangen bezitten, om rein en onbesmet dit leven door te maken. Evenals Zola's Denise ziet zij zich omgeven niet slechts door lichtzinnige, maar ook door zedelijk verdorven vakgenooten. En daarmee raken wij een der treurigste punten aan van den vrouwenarbeid in den handel, die het zoovelen onmogelijk maakt, zich door eigen kracht er eerlijk doorheen te slaan: onder den dekmantel van winkeljuffrouw, en meer nog onder I) Zie Sutherst, t. a. p., blz. 138.

Sluiten