Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hun vrouwen, hoewel bij dezen meestal het bewerken en bebouwen van den eigen kleinen akker berust. Ook de boer en de boerin die geen loonarbeiders tewerkstellen, maar zich van 's morgens vroeg tot 's avonds laat alleen afsloven, om zich van de opbrengst van hun zwoegen te onderhouden, zijn, trots dat zij op eigen grond staan, niet anders dan proletariërs. ') De meest eigenaardige klasse onder het landelijk proletariaat is die der trekkende arbeiders. Onder den naam „Sachsenganger" ontmoeten wij hen in Duitschland; in Engeland was het het koppelstelsel dat hun tewerkstelling bevorderde; in Frankrijk zijn 't grootendeels belgische arbeiders die zich per seizoen verhuren; ook in Amerika vertoont zich, al naar de behoeften der landbouwbedrijven, een binnenlandsche trek der arbeiders. Terwijl de landbouwdienstboden en de „Instleute" de oudste soort van landarbeiders, in zekeren zin de nakomelingen der horigen en lijfeigenen uitmaken, vertegenwoordigen de trekkende arbeiders den gemoderniseerden landbouw. Deze neemt door het binnendringen der machines, voornamelijk de dorschmachines, die in korten tijd een arbeid verrichten waardoor anders vele arbeiders weken lang werk vonden, meer en meer het karakter van seizoen-bedrijf aan. De intensievere cultuur der landbouwbedrijven, — hierbij zij slechts aan de zuivelfabrieken en beetwortelaanplantingen heiinnerd, — waartoe de tot ondernemers wordende landbouwers noodzakelijkerwijs gedrongen worden, steunt eveneens de geleidelijke vervorming van het landelijk proletariaat. 2) In Engeland, dat in 't algemeen nog alle soorten van landbouwarbeiders bezigt, met eigen land, met allotment, met vrije woning en tuin, of met een bepaald aandeel in naturaliën, heeft zich deze vervorming reeds voltrokken, vooral in het Oosten, waar slechts gewerkt wordt met vrije daglooners die bij de week of bij den dag aangenomen worden. 3) Kenmerkend daarvoor is, dat het begrip landarbeider in den hedendaagschen zin eerst in de 19e eeuw ontstond, want in de behoefte aan landarbeiders werd vroeger door de tot dienst verplichte boeren, in Pruisen ook door de tot gedwongen heerendienst gepreste boerenkinderen, 4) in landen buiten Europa, voornamelijk in Amerika, door de slaven voorzien.

Uit het bovenmeegedeelde blijkt dat het zeer moeilijk is, de inkomsten

1) Zie K. Kautsky, Die Agrarfrage. Stuttgart 1899, blz. 1(56.

2) Zie M. Weber, Entwicklungstendenzen in der Lage der ostelbischen Landarbeiter, in Brauns Archiv, 7e deel, 1894, blz. 2 en vlgg. — G. Herkner, Die Arbeiterfrage. 2e druk, Berlin 1897, blz. 210.

3) Zie T. G. Spyers, The Labour Question. London 1894, blz. 214 en vlgg.

4) Zie Von der Goltz, Die lSndliche Arbeiterklasse und der Preussische Staat. Jena 1893, blz. 5 en vlgg.

Sluiten