Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

industriearbeid uitmaken. De lage stand dier loonen wordt door de lofredenaars van den landarbeid vaak ook niet ontkend, wel echter verklaard en verontschuldigd met de verzekering, dat de arbeids- en levensvoorwaarden veel beter zijn dan in andere beroepssferen, en het nadeel van het geringer inkomen daartegen tienvoudig opweegt. Door deze opvatting ontstond ook het sprookje van de stevige landmeisjes en van de bloeiende dorpskinderen, dat sinds den tijd der dorpsverhalen den menschen nog bizonder sterk in het hoofd zit. Voor hen die het niet verstaan de werkelijkheid te zien, heeft de moderne schilderkunst, die juist in dit opzicht bizonder waarheidlievend is, begonnen het sprookjesgeloof te doen wankelen. Laat ons ditzelfde aan de hand der feiten beproeven. Het zwaarste weegt de ongeregelde arbeidstijd. Bij alle categorieën van landbouwarbeiders duurt deze in den tijd van den bouw, en voornamelijk gedurende den oogst, van het eerste morgengloren tot zonsondergang. Voor het vaste personeel is daarbij nauwelijks verschil in jaargetijde, want alle werkzaamheden die het te verrichten heeft, in den stal, in den hoenderhof en in huis, kunnen niet onderbroken worden. De „Sachsenganger" vertegenwoordigen ook in deze richting een kleinen vooruitgang, daar hun arbeid op een duur van 's morgens vijf tot 's avonds zeven uur, met rusttijden van in het geheel twee uren, vastgesteld pleegt te zijn. ') Dat sluit echter natuurlijk overwerk niet uit, waarvoor nog bovendien, waar geen stukloon betaald wordt, geenerlei vergoeding gegeven wordt. Een twaalf- tot veertienurige arbeidsdag in de frissche lucht mag nu als iets zeer dragelijks voorkomen aan menigeen, die niet weet waarin die arbeid bestaat, of die zich daarbij slechts een zingend „landmeisje" voorstelt. Beschouwen wij den arbeid der landarbeidster met nuchteren blik, dan wordt deze spoedig van alle poëzie ontdaan. Inspannend is reeds de arbeid der meiden in den koestal en niet uit louter overmoed ontloopen thans reeds velen dien. Geheel afgezien nog van de bedorven lucht en het vuil waaraan zij voortdurend blootgesteld zijn, — de meeste stallen spotten met de geringste gezondheidseischen, — is het melken inspannend en schadelijk voor de gezondheid. Zweren aan de handen zijn geen zeldzaamheid en een ophouden met den arbeid in dit geval, dat zoowel in het belang der arbeidster als in dat der melkverbruikers liggen zou, wordt slechts zelden noodzakelijk geacht. Niemand zal een huivering van zich kunnen afzetten, wanneer hij den duisteren, bedompten stal binnentreedt en ziet hoe de koe van haar smerig stroo overeind komt, de meid haar krukje naast het beest plaatst en dan den met mest bevuilden

2) Zie Kaerger, t. a. p., blz. 41.

Sluiten