Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

uier begint te bewerken, terwijl de staart van het 'beest haar in het gezicht slaat. Ook het uitmesten van den stal, dat niet altijd aan de knecht overgelaten wordt, vereischt groote lichaamskracht, evenals het dragen van het voer en de gevulde melk- of wateremmers. De varkensfokkerij, die steeds aan de meiden opgedragen is, is een nog walgelijker werk; ik heb meisjes gezien, die op handen en voeten den nauwen stal inkruipen moesten om dien schoon te maken en druipend van het afschuwelijkste vuil weer eruit te voorschijn kwamen. Niet minder moeilijk, hoe zuiver ook, is het verwerken der melk tot boter en kaas. Evenals bij het overige moeten ook in dit geval de weinige modelboederijen buiten beschouwing blijven, waar naast lichte en luchtige stallen de zuivelbereiding in het groot met behulp van machines en motorische of paardenkracht pleegt uitgeoefend te worden. In het dorp, op de boerenhofstede, op het kleine landgoed, is het steeds nog de meid, die urenlang aan den karnton staat en den zwaren stok op en neer beweegt, die alle vaatwerk dagelijks schuurt en schoonmaakt, die op Zondag noch feestdagen rust kent. Geen arbeid mag haar te zwaar en te slecht zijn, van 's morgens vroeg tot 's avonds laat is zij op de been. En toch is haar werk nog boven elk ander te verkiezen, daar het veelzijdig is en een zekere vrijheid van beweging toelaat. Stellen wij er b.v het poten en rooien der aardappels of der suikerbieten tegenover: in de gloeiende zonnehitte of in den kouden herfstwind staat de arbeidster twaalf en meer uren met gekromden rug over den arbeid gebogen; vaak zinkt zij, zooals bij de suikerbietencultuur, tot over de enkels in den modder; of zij knielt en hurkt, zooals bij het wieden, op den drassigen grond. In den oogsttijd valt haar het moeilijk schovenbinden geregeld ten deel, zij moet echter ook vaak maaien als de man en de kar opladen als hij, zonder dat haar loon echter met het zijne gelijk komt. In de vlakte is intusschen haar arbeid nog lichter dan in de berglanden. Van de meest afgelegen bergweiden, die wagen noch paard bereikt, slepen vrouwen van iederen leeftijd centenaarslasten hooi naar het dal, zoodat haar rug zich kromt onder den last. Zware melkemmers dragen zij berg op en berg af. Voor de zeer armen en ouden geldt het nog als een bizondere gunst, dat zij korven dor hout uit de bosschen mijlen ver naar huis kunnen dragen.

Hoe verder naar het oosten en het zuiden, des te harder is de arbeid; de russische landarbeidster moet het zich zelfs getroosten, de ploeg door de aarde te trekken. En wanneer de zon over Italië een ware koortshitte uitstort, arbeidt de dagloonster schouder aan schouder met den man in de maïsvelden, vaak tot de enkels in den modder stekend.

Sluiten