Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

door 4 tot 5 personen bewoond. .» 6 „ 10

„ 11 en meer „ „

. 8297 . 4757 53

Een strooien dak en een leemen vloer, hoog grondwater, slechte stookplaatsen, geen privaat of een in de onmiddellijke nabijheid van de waterput, vensters die vaak uit zuinigheid vastgetimmerd werden, — dat is de typische woning der noordduitsche landarbeiders. ') Er zijn er echter ook nog erger: in Silezië was een huis, uit leem opgetrokken, metéén enkele lage, donkere, onbevloerde kamer en eenige vertrekjes zonder vensters, van 8 M2 grondoppervlakte, het was door negen gezinnen bewoond. 2) En in het district Inowrazlaw bevinden zich aardholen, 1 M. onder, 1 M. boven den grond, wier bodemoppervlakte 12 M2 bedraagt en waarvan de muren en daken uit met zand en plaggen bedekte rondhouten beslaan. De rijkeren onder de bewoners hebben twee vensters van "2 M2 groot, de anderen hebben in de plaats daarvan slechts gaten in de wanden. In deze ruimten wonen dagloonersgezinnen met varkens, geiten en kippen tezamen. Voor de deuren ligt de mesthoop, een put ontbreekt zoowel als een privaat. 3) Men geloove nu echter niet dat Duitschland alleen zulke schoone toestanden vertoont. In het rijke Frankrijk heeft menig landarbeidershuis als eenige opening de deur, den naakten grond tot vloer, en om de ruimte volledig aan te wenden, de bedden drie en vier hoog boven elkander geplaatst. 4) In Bretagne vindt men vaak leem-en-houten huizen met natten vloer en vochtige muren, die slechts één enkel vertrek bevatten, 5) en zoowel de landarbeiders als de kleine bezitters wonen vaak met het vee bijeen. 6)

Op groote goederen en in rijke boerderijen plegen in 't algemeen de meiden eenigszins beter te wonen. Dikwijls ligt nochtans haar kamer onder het dak, wordt door meer personen bewoond die met hun tweeën één bed deelen moeten, en kan niet afgesloten worden. In armere boerderijen is de slaapplaats van het personeel den mensch volkomen onwaardig: op ontoereikende wijze of ook in 't geheel niet van elkander gescheiden, slapen meiden en knechts in, of dicht bij de stallen. Om in haar kamer te komen, moeten de meiden vaak het slaapvertrek der knechts langsgaan, en omgekeerd. In de berggehuchten van Tirol wordt haar slaapplaats meest op den haard of in een donkeren hoek

1) Zie Ascher, Die landlichen Arbeiterwohnungen in Preussen. Berlin 1897.

2) Zie Weber, t. a. p., blz. 553.

3) Zie Ascher, t. a. p., blz. 37 en vlgg.

4) Zie Baudrillard, t. a. p., 2e deel, blz. 205.

5) T. a. p., blz. 608 en vlgg.

6) T. a. p., 3e deel, blz. 200.

Sluiten