Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van het woonvertrek opgeslagen; in de huizen, die 'szomers kamers verhuren en waar elke ruimte te gelde gemaakt wordt, verwijst men haar ook wel eenvoudig naar den hooizolder.

De gevolgen van deze ellendige woningtoestanden liggen voor de hand. Reeds de kinderen zijn aan het zien van het geslachtelijk verkeer gewoon, de bij de knechten slapende jonge veehoeders worden al vroeg in de donkerste diepten der uitspattingen ingewijd. ') Het verhaal van de „landelijke onschuld" is even goed een sprookje, als dat van dé gezonde levens- en arbeidsverhoudingen der arbeiders. Niet alleen dat het geslachtsverkeer vóór het huwelijk vaak een ingeworteld gebruik is, — wellicht een erfdeel uit den tijd, toen het er op aankwam, den meester het jus primae noctis afhandig te maken, — en het huwelijk eerst volgt, wanneer het „onderzoek der bruid" tot haar voordeel uitviel, wanneer het namelijk bleek dat zij tot h'et moederschap in staat was, 2) ook de meest dierlijke zedeloosheid wordt op het land gekweekt. De meeste meisjes, de koppelarbeidsters, de „Sachsengangerinnen", de meiden, komen eerst door verkrachting te vallen. 3) In de oogen der knechts is dat niet meer dan een grap. Zijn zij soldaat geweest, dan brengen zij uit de stad nog lager zedelijke denkbeelden mee dan zij voorheen reeds hadden. 4) Voornamelijk diegenen onderscheiden zich daarin, die als oppassers bij jonge officieren in dienst waren. 5) De walgelijk gemeene soldatenliedjes zouden alleen reeds voldoende zijn om het gezegde te bewijzen. En toch zou de landelijke zedeloosheid nog niet zoo verdoemenswaard zijn, wanneer zij zich tusschen knechts en meiden alleen afspeelde, daar het huwelijk meestal het gevolg pleegt te zijn; dat dit vaak eerst na jaren plaats vindt, is minder het gevolg van ontaarding, dan wel van uiterlijke omstandigheden. Het vestigen van een huisgezin hangt af van de weggelegde spaargelden, en hoe gering die zelfs bij den besten wil slechts kunnen zijn, hebben wij uit de loonen gezien. Waar er sprake is van vast aangestelde daglooners, voornamelijk „Instleute", of van het landelijk personeel in 't algemeen, daar geeft de toestemming van den landheer of den boer den doorslag. De toestemming wordt onthouden, zoolang er geen gezinswoning vrij is of de vrees bestaat dat de vrouwelijke arbeidskracht door het huwelijk verzwakt wordt. Veel bedenkelijker is het, daar het de treurigste gevolgen voor de meisjes meebrengt, wanneer zij de arme

1) Zie Wagner, t. a. p., Ie deel, blz. 44.

2) T. a. p., Ie deel, blz. 81.

3) T. a. p., Ie deel, blz. 45 en 73.

4) T. a. p., II, blz. 309.

5) T. a. p., I, blz. 46.

Sluiten