Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

slachtoffers der lusten van haar meester worden. In de enquête der protestantsche geestelijken over de zedelijkheid op het land worden de pachthoeven „brandpunten van landelijke ontucht" ') genoemd en op het zedelijk gedrag van de landheeren, hun zoons en gasten, vooral dat der rentmeesters, wordt door drastische voorbeelden een schel licht geworpen. *) Zij ontzien geen meisje, heet het vaak; zij zien in haar een goedkoope buit, die uit angst en afhankelijkheid zich makkelijk naar hun wil voegt. Zoo komt het dat zelden een landmeisje als maagd in het huwelijk treedt, zoo komt het echter ook dat de ontaarding der landelijke bevolking nauwelijks minder is dan die der stedelijke.

Een vergelijking van de landarbeidster met de industriearbeidster toont aan, dat beider toestand even slecht, ja bij de landarbeidster vaak nog ellendiger is dan bij haar lijdensgezellin uit de stad, want zij geniet geenerlei wettelijke bescherming, zij heeft in Duitschland ten minste niet de mogelijkheid zich door organisatie te verdedigen en zij is afgesloten van alles wat de stad aan beschaving, afwisseling en genoegen oplevert. In grijze eentonigheid ligt, wanneer zij zich haar onafgebroken landelijk bestaan voorstelt, de toekomst voor haar. Het is daarom niet te verwonderen, wanneer zij dit met vreugde den rug toekeert, veeleer is het verbazingwekkend, dat er toch nog meisjes zijn die op het land blijven. Wanneer men beweert, dat genotzucht haar naar de steden drijft, dan is daar ongetwijfeld veel waars in, het is echter een gerechtvaardigde genotzucht, want een onbestemde behoefte naar de beschaving der moderne wereld ligt daaraan ten grondslag. Meer echter dan dat alles is het de wensch, de drukkende ellende en de martelende onvrijheid te ontvluchten. Al deze gevoelens echter, die tot den trek van het land naar de steden den stoot geven en de stompe berusting der landarbeiders verbreken, dragen de kiemen in zich van de vrijmaking van het landelijk proletariaat. Ook de oostelbische landelijke arbeidsverhouding, welke die in de overlevering der onvrijheid gebonden arbeidersbevolking tot voorwaarde heeft, wordt er door aan 't wankelen gebracht; zelfs de „Instleute" offeren meer en meer hun toch altijd verzekerde positie op aan de persoonlijke vrijheid. J) Hetzelfde ontwakend zelfbewustzijn laat een snel toenemend aantal landarbeiders aan den arbeid buiten hun eigenlijk geboorteland de voorkeur geven. De behoefte der door de arbeiders uit de eigen streek verlaten landheeren komt hun hierbij tegemoet. Aan de trekkende arbeiders wordt door hen op steeds beslister wijze de voorkeur gegeven,

1) Zie Wagner, t. a. p., I, blz. 198.

2) T. a. p., I, blz. 32.

3) Zie Herkner, t. a. p., blz. 209.

Sluiten