Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

daar zij voor vlijtiger, zuiniger en bescheidener doorgaan '). daar voor hen zoo goed als geen uitgaven voor onderdak en voeding noodzakelijk zijn, en iedere verantwoordelijkheid, wat justitie en armenzorg betreft, vervalt. 2) Eerst de toekomst zal uitwijzen, dat de landheeren zelf de „mobilisatie tot den klassenstrijd" 3) onder het landelijk proletariaat daardoor bevorderd hebben, evenals ieder fabrikant wiens bedrijf zich tot grootbedrijf uitbreidt den klassenstrijd der industriearbeiders onvrijwillig bevordert. Hoe meer de seizoenarbeid in den landbouw terrein wint, des te gemakkelijker zal het zijn, de arbeiders wettelijk te beschermen. De trek van het land naar de stad en het stelsel van trekkende arbeiders zijn daarom niet, zoo als de agrariërs met voorliefde beweren, als een uit te roeien kwaad te beschouwen, maar als een vooruitgang, die de landarbeiders uit hun ellendigen toestand zal helpen bevrijden. Maar ook de toenemende invoering van machines, die tegelijk oorzaak en gevolg van den seizoenarbeid zijn, zullen in weerwil van hun oogenblikkelijk juist voor de arbeiders zeer merkbare gevolgen, — de stoomdorschmachine vermindert b. v. hun verdienste aanmerkelijk 4), — den toestand der landarbeiders ten slotte belangrijk omvormen en verbeteren. Voor den vrouwenarbeid komen hierbij vooral de bij de zuivelbereiding te bezigen machines in aanmerking, zooals b. v. de melkmachine, die bestemd is om den meiden een der onaangenaamste bezigheden uit de handen te nemen. Maar al deze inwendig opkomende verbeteringen hebben slechts dan kans op ingrijpende gevolgen, als zich meer en meer het inzicht baan breekt dat de landarbeiders, in 't bizonder de vrouwelijke, zich in een toestand bevinden, die geschikt is om de lichamelijke en geestelijke gezondheid van het volk op bedenkelijke wijze in gevaar te brengen en dat het sprookjes, en niets dan sprookjes zijn, die men opzettelijk over hen verbreidde en waarmee men verstand en geweten heeft weten in slaap te sussen.

De huiselijke en de persoonlijke dienst.

De groep arbeidsters, die wij onder bovengenoemde aanduiding samenvatten, bestaat uit de volgende categorieën: de huiselijke dienstboden met inbegrip der buiten het huis van den werkgever wonende, de waschvrouwen en strijksters, de kellnerinnen en de overige vrouwelijke bedienden in logementen en koffiehuizen. In het begrip „bedienen"

1) Zie Schriften des Vereins für Sozialpolitik, LUI, 2e deel, blz. 484 en vlgg.

2) Zie M. Weber, Entwicklungstendenzen etc., t. a. p., blz. 23.

3) Zie M. Weber, t. a. p., blz. 24.

4) Zie Schriften des Vereins für Sozialpolitik, Llll, blz. 265, 280,322,323, 411, 427.

Sluiten