Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

frisschen adem van den nieuwen tijd kunstmatig afgesloten volkslagen moet men in oogenschouw nemen, om het feit te verklaren dat de dienstboden tegenover deze krasse tegenstellingen totnogtoe niet in opstand kwamen. Zij komen voor het grootste deel uit sociaal en economisch laagstaande klassen der bevolking, uit streken die met de beschaving het minst in aanraking waren. Zij gaan met de grootste verwachting naar de stad, waar zij, in vergelijking met de toestanden die zij op het land meestal ontvlucht zijn, vrijheidslucht inademen, en voegen zich daarom zonder morren in moeilijke levenstoestanden. In 1895 waren in Berlijn, naast 9010 geboren berlijnsche, 49.849 dienstmeisjes van andere plaatsen, •) en in één jaar, in 1898, kwamen er alleen 42.418 uit de provincie bij. 2) Van haar vakgenooten in Weenen komen 87 pCt. van buiten. 3) In Amerika zijn de meeste dienstmeisjes arme vreemdelingen wier eischen veel geringer zijn dan van haar die in het land zelf geboren zijn. In Frankrijk en Engeland geeft men tegenwoordig meer en meer de voorkeur aan duitsche meisjes, — een voorkeur, waarvoor wij ons, als wij de oorzaken begrepen hebben, slechts hebben te schamen! want overal in het buitenland treedt de duitsche dienstbode als loondrukker op. Daar komt nog bij dat de sociale klassen, waaruit de dienstmeisjes voortkomen, laag staan. Van de berlijnsche dienstmeisjes b.v. stammen af van: 4)

handwerkslieden . . . 27 pCt

arbeiders 24

kleine boeren 17

kleine beambten 12

beoefenaars van andere beroepen ^

onnauwkeurig 13

Het groot aantal dergenen die haar herkomst niet nauwkeurig aangaven of konden aangeven, vindt een verklaring in de omstandigheid, dat er juist onder de dienstmeisjes zeer veel weezen of buitenechtelijke kinderen zijn, die van jongs af in dienst van vreemde lieden zijn. 5) De meesten beginnen haar loopbaan zeer vroeg. Van de oostenrijksche dienstmeisjes waren volgens de laatste telling 28 pCt. 11 tot 20 jaren oud; 6) in Duitschland werden in 1895 alleen 32.653 dienstmeisjes gevonden, die het 14de levensjaar nog niet bereikt hadden, 14 tot

1) Zie Statistisches Jahrbuch der Stadt Berlin, 1899, blz. 596.

2) Zie Slatistisches Jahrbuch der Stadt Berlin, 1900, blz. 158.

3) Zie Dokumente der Frauen, 2e deel, Nr. 21, blz. 585.

4) Zie Stillich, t. a. p.

5) Zie Stillich, t. a. p.

6) Zie Dokumente der Frauen, t. a. p., blz. 586.

Sluiten