Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ook de arbeidster van nut meenen te zijn, wanneer voor de jonge meisjes een zekere dienstdwang ingevoerd werd.

De Working Women's Guild van Philadelphia richtte tot 600 arbeidsters van allerlei soort een vragenlijst om haar meening te leeren kennen, waarom zij er niet de voorkeur aan gaven dienstmeisje te worden. Zij gaven daarvoor eenstemmig de volgende redenen op: lo. gebrek aan vrijheid en voortdurend toezicht; 2o. kwetsen van de achting voor zichzelve door den toestand van onderdanigheid; 3o. eindelooze arbeidstijd; 4o. krenkende behandeling, vooral van den kant der heeren en zonen des huizes; 5o. geen eigen kamer; 60. verlies van de achting der andere arbeidsters; 7o. geen mogelijkheid om vrienden te ontvangen, behalve in de keuken onder toezicht van den werkgever. ')

Aan deze zijde van den oceaan zijn de redenen dezelfde als aan gene zijde. De vraag is slechts of het burgerlijk gezin met zijn tegenwoordig bestaand particulier huishouden in staat is, deze redenen uit den weg te ruimen. Een ontkennend antwoord schijnt mij uit onze schildering van den toestand der dienstmeisjes zonder meer te volgen, want deze spruit niet voort uit het slecht karakter en de kwaadwilligheid der werkgevers en werknemers, doch uit den economischen en socialen kant der persoonlijke dienstverhouding en haar duizendjarige traditie.

Wij hebben gezien dat in de huizen der opperste tienduizend, waar tengevolge van de talrijkheid van het personeel een bepaalde arbeidsverdeling naast hoog loon, goed onderkomen en behoorlijke kost verstrekt pleegt te worden en buitendien ook bij den persoonlijken afstand tusschen heer en knecht de kansen op wrijving zeldzamer zijn en de zoogenaamde patriarchale verhouding geheel verdwenen is, de toestand der huiselijke bedienden het gunstigst wordt. Hoe kleiner het huishouden en hoe beperkter de middelen, des te ondragelijker wordt de toestand. Daar nu echter de groote massa van de burgerij, deels tengevolge van direct verlies van vermogen, deels tengevolge van de toenemende wanverhouding tusschen inkomsten en eischen, zich geldelijk geenszins in opstijgende lijn beweegt, is voor een verheffing van den toestand der dienstboden van dezen kant niets te wachten. Steeds meer zal de meid-alleen de meest verlangde persoonlijkheid worden; noch haar onderkomen, noch haar loon, noch haar arbeidstijd kunnen een wezenlijke verbetering ondervinden. Of zouden er werkelijk lieden zijn die zich met het geloof in slaap wiegen, dat de burgerlijke wereld,

') Zie Helen Campbell, t. a. p., blz. 240 en vlgg.

Sluiten