Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hitte, die tot 35 gr. Réaumur gaat en waarin de meestal jonge arbeidsters het elf en meer uren moeten uithouden; de dampkring wordt echter nog aanmerkelijk gevaarlijker in de strijkerijen, waar de gasdampen der strijkijzers de lucht verpesten. Trots alle daarop betrekking hebbende bepalingen is de luchtverversching voorts hoogst gebrekkig, daar de zorg voor de wasch, die door het indringend stof smerig zou kunnen worden, boven de zorg voor de arbeidsters gaat. ') Maar toch zijn deze groote wasch-inrichtingen in vergelijking met de kleine haast altijd ideale werkplaatsen, want alle verschrikkingen van den thuisarbeid concentreeren zich in deze laatste. De arme waschvrouw, die wellicht alleen of met behulp van de dochter of van een meisje het werk op zich neemt, pleegt eerst de afgehaalde vuile wasch in het eenig woonof slaapvertrek van het gezin uit te zoeken, na te tellen en te merken. Alle ziektekiemen die er aan kleven worden op deze wijze opgedwarreld en zetten zich vast in de enge ruimte, waar kleine kinderen vlak in de nabijheid slapen of tusschen de vuile wasch, op den grond spelend, rondkruipen Vaak kookt op hetzelfde fornuis, waarop het eten voor het gezin bereid wordt, in groote ketels de wasch; de daaruit opstijgende damp vult de gansche kamer. Dikwijls genoeg wordt zelfs een deel der wasch in de woonkamer te drogen gehangen, soms boven de bedden van kinderen en zieken. Het strijken verhoogt nog de gevaren voor de arbeidsters zoowel als voor de overige bewoners van het vertrek. Zomer en winter is de strijkplaats dicht naast de gloeiende kachel, ten einde zoo vlug mogelijk het ijzer uit het vuur te kunnen halen. En in deze omgeving, te midden van directe en indirecte levensgevaren, leeft niet alleen het geheele gezin, daar arbeiden oude vrouwen en meisjes nauwelijks de kinderschoenen ontwassen, tot de krachten haar begeven. Ten slotte wordt de schoone, gevouwen wasch nogmaals in de kamer uit elkaar gelegd om nageteld te worden. Vaak genoeg komt het voor dat bij de kleine lokaliteit gereed waschgoed op het bed van kinderen met mazelen of roodvonk ligt. Zoo worden de ziekten, die door de wasch van rijke lieden in de huizen der armen komen, weer van hier in de huizen der rijken gedragen. 2) De idylle der „oude waschvrouw" lost zich van nabij beschouwd eveneens in droeve ellendebeelden op, als de idylle van het „vroolijke naaistertje". Zouden niet de huisvrouwen met een taaiheid, die slechts uit onbekendheid met de feiten ontstaan kan, aan de kleine wasscherijen vasthouden, daar de stoomwasscherijen zooals zij beweren de wasch meer vernielen, zij

1) Zie Royal CommUsion of Labour. Employment of Women, t. a. p., blz. 17, en 21 en vlgg.

2) Zie Anna S. Daniël, t. a. p., blz. 631 en vlgg.

Sluiten