Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

1882, zij telt echter geen vrouwelijke leden. De bestaande vrouwenverenigingen zijn uitsluitend van godsdienstigen aard en hebben geenerlei vakvereenigingskarakter. De katholieke richting heeft haren oorsprong in de vakvereeniging van christelijke mijnwerkers, die in 1894 gesticht werd. Met de Hirsch-Dunckersche vereenigingen deelt zij het beslist vijandig standpunt tegenover de sociaal-democratie, doch legt daarnaast nog nadruk op de religieus-christelijke gezindheid. Sedert den aanvang had zij een zekere sympathie voor de vrouwelijke böVoepsleden, maar steunend op kerkelijke begrippen, die elke gelijkheid van rechten tusschen man en vrouw afwijzen, pleitte zij niet voor een gezamenlijke organisatie van beide geslachten, maar voor afzonderlijke arbeidstersvereenigingen, die zich bij de vereenigingen der mannelijke beroepsgenooten hebben aan te sluiten en als „Schutzverbande der Arbeiterinnen" (Bonden tot bescherming der arbeidsters) onder hunne leiding en oppertoezicht staan, opdat in geval van werkstaking in weerwil van de afscheiding een gemeenschappelijk optreden verzekerd zij. ') Wij vinden hier dat vasthouden aan de overlevering in zeldzame vermenging met concessies aan de moderne economische ontwikkeling terug, zooals dat blijkt uit elk optreden der duitsche centrumpartij — en het betreft hier een harer voedsterlingen. Het ontbreekt ongelukkig aan een nauwkeurige statistiek der georganiseerde vrouwen, daar in vele bonden de mannelijke en vrouwelijke leden bijelkaargeteld worden. Slechts twee textielarbeidstersvereenigingen, — de eene in Aken, de andere in Eupen, — met te zamen 430 leden, worden afzonderlijk genoemd. 2) Alles bij elkaar genomen zullen in Duitschland, afgezien van de stichtingen der burgerlijke vrouwenbeweging, niet meer dan 30.000 vrouwen in vakvereenigingen georganiseerd zijn.

In Oostenrijk is de organisatie der arbeidsters nog buitengewoon gering. In 1892 werden 4263, in 1896 5761, in 1899 9206 georganiseerde vrouwen geteld. Het naar verhouding sterk toenemen in de laatste drie jaren is aan de vermeerderde agitatorische werkzaamheid der arbeidsters zeiven toe te schrijven. Zij stichtten in Weenen een „Vrouwen-rijkscomité", waarbij zich in de provinciesteden afdeelingen aansluiten en welks hoofddoel de organisatie der arbeidsters is. Zij voeren een stelselmatige propaganda over geheel Oostenrijk en zullen ongetwijfeld spoedig op grootere resultaten kunnen wijzen. Intusschen is ook de laatste telling der georganiseerden in zooverre te ruim genomen,

') Zie Arbeiter-Bibliothek. Ie en 2e aflevering. Christliche Gewerkvereine. Ihre Aufgabe und Thatigkeit. M. Gladbach 1900, blz. 40 en vlgg.

2) T. a. p., blz. 54.

Sluiten