Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wedloop om de broodwinning aan te gaan, maar zij heeft daarnaast nog zooveel weegs af te leggen, dat zij niet slechts bij hem achterblijft en vroeg gebroken is, maar ook niet den minsten tijd heeft om over haren toestand en de voorwaarden van haren arbeid eenigszins na te te denken. Zij is niet alleen arbeidster geworden, zij bleef huisvrouw. Zij is echter ook moeder. Terwijl de man zich op vergaderingen ontwikkelt, zich met zijn kameraden verstaat, boeken en bladen leest, heeft zij te koken, te naaien, te verstellen, de kinderen te verzorgen, ze op te voeden en op hen te passen; en om der kinderen wil wordt zij zelfs vaak een heftige tegenstandster der vakvereeniging, die contributie van haar eischt welke zij zoo volstrekt noodig heeft voor de bevrediging harer behoeften, die haar zelfs tot staking van den arbeid dwingen kan. En evenals zij de oude huisvrouwenbezigheid in haar modern beroepsleven mee overnam, zoo vermocht zij evenmin de oude droomen en overleveringen van zich af te schudden. Haast ieder jong meisje verwacht het huwelijk als iets dat haar geheele leven vullen en in beslag nemen zal. De jonge arbeidster maakt daarop geen uitzondering: haar arbeid is voor haar geen levensberoep, maar slechts een overgangsphase naar het eigenlijke beroep, het huwelijk. Dientengevolge heeft zij geen belangstelling voor de vakvereeniging en geeft het geld, dat voor de contributies bestemd moest worden, liever voor wat pronk en opschik uit, om haar persoonlijkheid voor den bevrijder, den man, zoo verleidelijk mogelijk te maken. Daarmee zijn de bezwaren, die de organisatie der vrouwen in den weg staan, echter nog niet uitgeput.

Wij hebben gezien dat de vrouwen tengevolge harer slechte opleiding en haar lichamelijken aanleg zeer vaak in hoedanigheid en hoeveelheid minderwaardigen arbeid leveren. De vakvereeniging verlangt echter van haar leden dat zij zich houden aan de vakvereenigingsbepalingen, bijv. het loontarief, dat echter weer van zijn kant een zekeren graad van arbeidsvermogen tot voorwaarde heeft. Zoo ging de vereeniging van londensche letterzetters er toe over, vrouwen tegen gelijke voorwaarden als mannen aan te nemen; dientengevolge heeft zij slechts één enkel vrouwelijk lid, daar de andere niet in staat zijn aan deze voorwaarden te voldoen. Evenzoo verklaarden de fransche typografen vrouwen te willen opnemen wanneer zij het loontarief aanvaardden — er was geen enkele die dat kon, deels omdat haar arbeid hieraan niet beantwoordt, deels wijl de ondernemers in den vrouwenarbeid slechts den goedkoopen' arbeid zoeken. Wanneer dus menige vakvereeniging de vrouwen uitsluit, zooals die der engelsche borstelmakers, der parelmoerknoopenmakers of der kettingopleggers en twijners, dan geschiedt dat in de veronderstelling dat het binnentreden der vrouwen een omlaaqdrukken der

Sluiten