Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van de tendenzen de. vakbeweging, die positieve resultaten slechts door aaneensluiting der arbeiders bereiken en de onderkruiperij der vrouwen slechts door haar vereeniging met de mannelijke arbeidsgenooten weren kan, stichtte de vereeniging „Frauenwohl" het eerst in Berlijn den „Hilfsverein für weibliche Angestellte", die niet uitsluitend de vrouwen organiseert, maar arbeiders en werkgevers omvat. In verschillende groote duitsche steden werden dergelijke vereenigingen gesticht en de handelsbedienden stroomden er zooveel te eer naar toe, daar hun niet slechts allerlei voordeelen, — wier waarde voor haar wij zeker niet zullen ontkennen, — aangeboden werden, maar het oorspronkelijke standsvooroordeel der dochters van de kleine bourgeoisie hier ook gevoed wordt. De cijfers der op deze wijze georganiseerde vrouwen zijn als volgt:

Berlijn 13000 Transport .... 17285

Frankfort a. d. M. . . . 800 Dantzig 240

Breslau 950 München 210

Koningsbergen in Pr. . . 600 Thorn 60

Kassei 210 Stettin 150

Keulen 400 Mainz 115

Stuttgart 345 Mannheim 210

Leipzig 700 Posen 150

Maagdenburg 160 Hamburg 600

Bromberg 120 Dresden 120

17285 | Te zamen .... 19140

De beteekenis dezer organisaties valt dus volstrekt niet te onderschatten, indien ook aangenomen worden kan dat van de georganiseerden ongeveer 20 tot 25 pCt. tot de ondernemerskringen behooren. Maar alles wat zij tengevolge van haar getalsterkte haren leden kunnen aanbieden, handelsopleiding, cursussen voor voortgezet onderwijs, bibliotheek, lezingen, schouwburgen, vacantieverblijven, arbeidsbeurs, ziekteverzekering enz., weegt niet op tegen het groote nadeel dat zij hun toebrengen doordat zij het gevoel der afhankelijkheid van de werkgevers en van het burgerlijk element in hun midden in de op zich zelf reeds achterlijke leden versterken, het opkomen van het solidariteitsgevoel met de loonarbeiders van alle beroepen onderdrukken, en de krachten, die in zulk een sterke organisatie schuilen, laten braak liggen.

Nog duidelijker treedt het eenzijdig standpunt der burgerlijke vrouwenbeweging, dat het arbeidstersvraagstuk geheel uit het oog verliest, in het eerste pogen tot organisatie der dienstboden aan den dag, dat Mathilde Weber in 1894 door de stichting van de „vereeniging

Sluiten