Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

weg van en naar de fabriek het grootste deel van den beschikbaren tijd in rekening heeft te brengen. De duitsche wetgeving heeft bovendien niet eens anderhalf uur vastgesteld, maar slechts één uur, en bepaald dat het verdere half-uur de arbeidster „op haar verzoek" vrijgegeven moet worden. Welke arbeidster echter, die, als zoo vaak, steeds voor het behoud harer betrekking vreest, gaat tot zulk een verzoek over? Inderdaad constateerden de inspecteurs van den arbeid herhaaldelijk dat de arbeidsters, die den wensch er toe uitspraken, met ontslag bedreigd werden. Het is dus slechts natuurlijk dat de wensch niet al te vaak geuit wordt. Dat halve uur is ook vaak niet de moeite waard. Het is nu de vraag of bij dezen toestand een verlenging van den middagrusttijd wenschelijk is. Daarbij mag niet vergeten worden dat een voldoende uitbreiding — tot drie uren bijvoorbeeld — niet doorvoerbaar is, daar de stoornis in het bedrijf te groot en het verschil met den arbeid der mannen te ingrijpend zou zijn. Veel voordeeliger voor de vrouw en het arbeidersgezin ware het, wanneer zij, behalve een rusttijd van ongeveer één uur, het werk 's avonds vroeger verlaten kon, zoo mogelijk tegelijk met den man. In de plaats van de gejaagdheid op den middag zou een onafgebroken tijd komen, waardoor ook voor den arbeider een spoor van huiselijke gezelligheid soms veroverd zou kunnen worden. Men pleegt deze indeeling van den dag als de invoering van den engelschen etenstijd aan te duiden, daar zij in Engeland vaak doorgevoerd is. In verband echter met den tien- of elfurigen arbeidsdag wordt het ideaal, de beveiliging van het gezinsleven, de mogelijkheid om de kinderen op te voeden, daardoor in het minst nog niet bereikt. Welwillende maar kortzichtige lieden, te zamen met reactionaire politici zooals het Centrum die vertoont, zijn daarom op de gedachte gekomen dat de fabrieksarbeid aan gehuwde vrouwen geheel verboden moest worden, de wetgeving in ieder geval den weg daarheen thans reeds heeft in te slaan. >) Ook in arbeiderskringen ontbreekt het niet aan stemmen die voor dezen maatregel opkomen; de congressen der christelijke arbeiders van het Rijnland en van Westfalen eischten reeds sinds 1873 de onderdrukking van fabrieksarbeid door gehuwde vrouwen; 2) een groote groep ongehuwde fabrieksarbeidsters in Engeland strijdt met alle kracht tegen de gehuwde mede-arbeidsters. 3) Aan

1) Zie de handelingen van het züricher congres voor arbeidswetgeving in 1897.— Rudolf Martin, Die Ausschliessung der verheirateten Frauen aus der Pabrik. 1 (ibingen

lg97. Ludwig Pohle, Frauenfabrikarbeit und Frauenfrage. Leipzig 1900, blz. 10 en

vlgg. — Massachusetts Bureau of Labour Statistics 1875, blz. 183 en vlgg.

2) Zie A. Thun, t. a. p., blz. 202 en vlgg.

3) Zie Royal Coinmission of Labour, Employment of Women. Londen 1894, blz. 102.

Sluiten