Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

mooiste zitgelegenheden wanneer, zooals het vooral in de groote magazijnen het geval is, de bedienden op een manier in beslag genomen worden die iedere mogelijkheid tot uitrusten uitsluit. Evenals op ander gebied, geldt het verder ook hier, voor de economische ontwikkeling, die tot grootbedrijf dringt en meer en meer een arbeidersstand in den handel helpt scheppen, de baan vrij te maken. Want de doorvoering van de arbeidswetgeving en haar uitbreiding heeft in den handel zoowel als in de industrie het meer of minder uitgesproken overwicht der groote over de kleine bedrijven tot voorwaarde en kan slechts door de nauw daarmee samenhangende ontvankelijkheid voor organisatie der arbeiders en hun steun gewaarborgd worden.

Voor elk tot dusver behandeld gebied is de arbeidswetgeving onder bepaalde voorwaarden tot op zekere grens doorvoerbaar en men heeft overal ten minste een aanvang ermee gemaakt. Volkomen buiten aanraking met deze wetgeving bleef echter de landbouw. De oorzaak hiervan is niet alleen de meening dat de landarbeider geen bescherming noodig heeft, — deze is door officieele en particuliere onderzoekingen maar al te vaak geschokt, — maar meer nog de omstandigheid dat de landarbeid niet onder hetzelfde schema te brengen valt als de industriëele en commercieele arbeid, en de voorwaarden tot haar regeling derhalve anders zijn. Een overbrengen van de arbeidswetgeving, zooals wij die kennen, op de landbouwarbeiders is slechts ten opzichte van weinige bepalingen mogelijk. Maar ook de doorvoering van iedere speciale landarbeiderswetgeving, hangt zoo nauw samen met de problemen van het agrarisch vraagstuk, dat een boek op zichzelf zou noodig zijn om deze kwestie theoretisch en practisch te behandelen. Slechts op algemeene gezichtspunten kan in het raam van dit werk eenig licht geworpen worden.

Wij hebben tot dusver gezien dat de mate van doorvoerbaarheid der arbeidswetgeving voornamelijk afhangt van de vraag in welken omvang de te beschermen personen van den geïsoleerden tot den collectieven arbeid overgegaan zijn, in hoeverre zij diensvolgens in staat zijn, voor de handhaving hunner rechten zeiven in te staan. Een collectieve arbeid echter treedt in den landbouw slechts dan op, wanneer bepaalde seizoenarbeid, — bijv. de voorjaarsarbeid, de oogst, de suikerbietenbouw, — het tewerkstellen van een grooter hoeveelheid arbeiders noodig maakt. Tot de bevordering van den seizoenarbeid heeft de dorschmachine reeds veel bijgedragen; de invoering van andere machines, zoo mogelijk met behulp van electrische motoren, moet verder revolutioneerend werken. Om de arbeidswetgeving een grondslag te geven, zou het dus noodig zijn deze ontwikkeling op

Sluiten