Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

meisjes beneden de 18 jaren, dus ook van de in den ontwikkelingsleeftijd zijnde 14 en lójarigen, in de restauratiekeuken zonder aarzelen toe.

Dat het ontwerp niet op de instemming der betrokkenen zou kunnen rekenen, was van te voren aan te nemen. Wel waren het slechts weinigen die hun wenschen uitten. De meesten, die onder haar treurigen toestand zuchtten, zijn nog in 't geheel niet zoover, om er over na te denken hoe men dien toestand zou kunnen verbeteren. Ean berlijnsche kellnerinnenvergadering stelde tegenover het ontwerp deze eischen: le. bepalingen omtrent de betaling van een voldoend loon; 2e. vaststelling van bepaalde arbeidsrusttijden, vooral van een onafgebroken lOurigen rusttijd na iederen werkdag; 3e. uitbreiding der arbeidsinspectie over het koffiehuisbedrijf, met inbegrip van de woon- en slaapruimten der bedienden. En de münchener kellnerinnenvereeniging verlangde: le. een onafgebroken minimum rusttijd van tien uren per dag; 2e. een wekelijkschen rustdag van 24 uren; 3e. vrijaf gedurende minstens twee uren om den anderen zondag, ten einde het bezoeken der godsdienstoefening mogelijk te maken; 4e. vaststelling van de leeftijdsgrens voor de toelating van jonge meisjes tot het bedienen der gasten op zestien jaren; 5e. vaststelling van een tweejarigen leertijd gedurende welken de leermeisjes tusschen tien uur 's avonds en zes uur s morgens niet te werk gesteld mogen worden; 6e. overschrijding van den dagelijkschen arbeidstijd slechts op dertig dagen van het jaar.

Maar al deze maatregelen zouden met het oog op de heerschende toestanden in het kellnerinnenberoep geheel ontoereikend zijn en leggen slechts getuigenis af varr de vreesachtigheid der betrokken personen.

Iedere afdoende arbeidswetgeving moet eenerzijds van verkorting van den arbeidstijd uitgaan, anderzijds voor haar doorvoering op den steun der betrokkenen kunnen rekenen. Zoowel de vijftien- tot zestienurige arbeidsdag van het ontwerp als de veertienurige dien de kellnerinnen eischen, kan onmogelijk de beteekenis hebben, die hij als uitgangspunt voor alle andere hervormingen hebben moet; het voortbestaan van het fooienstelsel echter, dat de kellnerinnen tot een zoo ver mogelijke uitbreiding van den arbeidsdag dwingt, verhindert haar gezamenlijk voor een verkorting van den arbeidsdag op te komen en dien te waarborgen voor het geval dat zij wettelijk ingevoerd wordt. Wil men den toestand der kellnerinnen verbeteren en haar, om te beginnen, tot het standpunt der loonarbeidster in de industrie verheffen, hetgeen voor haar ongetwijfeld een vooruitgang zou beteekenen, dan moet de hefboom tegelijkertijd op beide punten, den arbeidstijd en het fooienstelsel, in werking gesteld worden. Dat zou in de eerste plaats derwijze kunnen geschieden, dat, behalve een onafgebroken tienurige nachtrust, een

Sluiten