Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gedekt, nog minder echter is zij in staat gesteld zich behoorlijk te doen verplegen en goed te voeden. Daarbij komt dat de slecht betaalde, met werk overladen busdokters hen slechts oppervlakkig kunnen behandelen en dezen nog in ieder opzicht de handen gebonden zijn, daar de ziekenfondsbesturen het voorschrijven van melk, baden, wijn enz. wegens de hooge kosten meestal slechts zeer ongaarne zien. Mijns inziens moest het ziekengeld tot de hoogte van het volle loon verstrekt kunnen worden, vooral echter moest de ziekenhuisverpleging in grooter omvang dan tot dusver aangewend worden.

Deze eisch stuit in de eerste plaats op den tegenstand der arbeidsters zeiven en men meent niet verontwaardigd genoeg erover te kunnen zijn, dat zij zich zoo krachtig tegen het opnemen in het ziekenhuis verzetten. Wie echter eens de zalen en ziekenkamers der armsten gezien heeft, wie zich liet vertellen hoe vrouwen en meisjes voor de studie van een heele reeks studenten dienen moeten, wie ziet met welk een ontzetting menige arbeidster aan het samenzijn in één kamer met vele zieken, wier steunen en klagen haar nachten ondragelijk maken, terugdenkt, die zal haar afkeer tegen het gasthuis volkomen gerechtvaardigd vinden. De reorganisatie der ziekenhuizen en der ziekenverpleging moet derhalve krachtig aangevat worden, zullen zij werkelijk tot heil der arbeidende bevolking strekken.

De ziekenfondsen hebben echter ook, behalve de zorg voor de zieken, de plicht ziekte te voorkomen. Om dit mogelijk te doen zijn, moeten zij in de eerste plaats de levensvoorwaarden hunner leden leeren kennen en er de aandacht op vestigen, wat eenerzijds door enge voeling met de vakvereenigingen aan ondersteuning geleverd zou kunnen worden, anderzijds op de gemakkelijkste wijze zou geschieden door hun het recht te verleenen om gezondheids- of woninginspecteurs van het mannelijk en vrouwelijk geslacht te kiezen. Het berlijnsche plaatselijk ziekenfonds der kooplieden, dat zijn ziekencontroleurs daartoe aanwendt, heeft hiermee goede ondervinding opgedaan. Hoeveel hygienische kennis, waaraan het helaas overal ontbreekt, zou door deze organen der ziekenfondsen verbreid kunnen worden. Vaak al is een oordeelkundige wenk voldoende om arme arbeidersvrouwen van kinderverpleging en -voeding, van frissche lucht, alcoholgenot enz. eenige kennis bij te brengen. In verreweg de meeste gevallen intusschen, waar nood en ellende de eenige oorzaken van ziekte zijn, zullen goede raadgevingen en geneesmiddelen niets kunnen uitrichten, maar ten minste moet getracht worden de kinderen van deze invloeden eenigszins vrij te maken: de inrichting van vacantiekolonies, het stichten van kindertehuizen, zou een verdere taak der ziekenfondsen zijn, wier

Sluiten