Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

worden; iedere economische crisis vooral berooft honderden en duizenden van den grondslag van hun bestaan. De gemeenten trachten daaraan in den jongsten tijd in grooter omvang door werkverschaffing tegemoet te komen, waarbij echter vooral mannen in aanmerking komen. Waar men de vrouwen helpen wilde, geschiedde het meestal op een verkeerde wijze, door invoering van allerlei thuisarbeid. In Rijssel bijv. werden zij beziggehouden met de vervaardiging van kinderkleeren die in kleinere zaken hun afnemers vonden. Toereikend bleek de werkverschaffing nergens. De verzekering tegen werkeloosheid buiten eigen schuld moet derhalve de aanvulling van een geregeld arbeidsbeurswezen zijn.

Alle pogingen op dit gebied zijn tot dusver of in den eersten aanvang blijven steken, zooals de facultatieve winterverzekeringen der steden Bern en Keulen, of geheel mislukt, zooals de verplichte algemeene verzekering van St. Gallen. Het mislukken op een zoo moeilijk gebied mag sociaal-politici en wetgevers niet ervan afschrikken om op andere middelen te zinnen teneinde de werkeloozen niet aan ellende prijs te geven of aan de armverzorging en particuliere weldadigheid over te laten.

De ideëele beteekenis der arbeidersverzekering berust niet in de laatste plaats op de omstandigheid dat het begrip „aalmoes er steeds meer door verdwijnt en in plaats daarvan het inzicht veld wint dat ieder mensch op vastheid van zijn bestaan recht heeft. Om dit inzicht algemeen te verwezenlijken, is echter niet alleen de verzekering noodig tegen elk dreigend gebrek en gevaar, maar vooral de uitbreiding der verzekeringsplicht op het geheele volk, in de eerste plaats ten minste op alle loonarbeiders, zooals door de duitsche invaliditeitsverzekering reeds geschied is. Deze uitbreiding zou behalve de rechtstreeksche, indirecte voordeelen van groote beteekenis met zich voeren. Zoo zou zij een der middelen zijn om den thuisarbeid te beperken, daar de ondernemer die de thuisarbeiders verzekeren moet minder besparing dan tot dusver door hen te werk te stellen zou maken en de dwang tot ongevallenverzekering hem er eerder toe zou brengen eigen werkplaatsen op te richten. Van de bij gemeentelijke verordening voorgeschrevene of zelfs de vrijwillige verzekering is het onvoldoende overal gebleken. Zoo heeft de berlijnsche huisindustrie, wier treurige toestanden door een reeks van onderzoekingen en niet in de laatste plaats door de groote confectiearbeidersstaking iedereen bekend werden, haast een tiental jaren moeten wachten, eer ook de ziekteverzekering tot haar uitgestrekt werd. En de dienstboden, voor wie wel de werkgevers gedurende 6 weken tot verpleging en geneeskundige behandeling verplicht zijn, voor zoover niet „groote onachtzaamheid" de oorzaak der ziekte is, bespeuren van de zegeningen der verzekering nog haast in t geheel niets.

Sluiten