Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

blijken; want de wetgeving lijdt niet in de laatste plaats schipbreuk op het vraagstuk van den vrouwenarbeid.

Wij weten dat de loonarbeid der vrouw, al mag deze ook altijd in zekeren omvang bestaan hebben, in zijn huidigen vorm een product der grootindustrieele ontwikkeling is. Zijn tendenz leidt er met onwrikbare zekerheid toe, om het vrouwelijk geslacht meer en meer aan het huis te onttrekken en den dwang om het brood te verdienen in toenemende mate op alle vrouwen, ook op de gehuwde, uit te breiden. Als de treurige resultaten van dien toestand hebben wij de ontaarding der vrouwen leeren kennen, zooals die zich uit in het verminderen van haar moederlijke krachten, van de geschiktheid om gezonde kinderen ter wereld te brengen en hen te voeden, in het vroeg oudworden, voorts de ontaarding der kinderen, die in hun hooger en vroeger sterftecijfer, hun zwakte en ziekelijkheid aan den dag treedt. En als onvermijdelijk correlaat van den loonarbeid der vrouwen hebben wij de prostitutie ontmoet. Hoe weinig deze ook op zichzelve een nieuw verschijnsel is, in dezen vorm en uitgebreidheid, als middel tot bijverdienste voor geheele lagen der arbeidstersklasse, is zij, evenals de moderne vrouwenarbeid zelf, het resultaat der kapitalistische productiewijze. Dat bewijst meer dan iets anders het feit, dat economische crisissen en economische opbloei in innig verband staan met het toe- en afnemen der gelegenheidsprostitutie. Zij wordt echter ook door een psychologisch moment gevoed, dat geen andere tijd kon doen ontstaan dan de onze: het contrast van den rijkdom en de vrijheid der ondernemersklasse met de in armoede en afhankelijkheid levende vrouwen der arbeidersklasse. De rijkdom van vroeger tijden trok zich voornaam in paleizen en patriciërshuizen terug, de moderne rijkdom straalt verblindend uit den glans der magazijnen, de pracht der hotels, hij wordt in de luxetreinen en stoombooten die alle wereldsteden met elkaar in verbinding brengen, in de modebadplaatsen en door de pers met alle middelen der vermenigvuldigingskunst voor de oogen der massa gebracht. En waar de nood niet erg genoeg is om tot prostitutie te dwingen, daar toovert de macht dezer verleidingskunsten de arme meisjes geluk en vrijheid voor oogen.

Machteloos staat de sociaalpolitieke wetgeving voor deze vraagstukken. Zij is in staat de gevolgen van den loonarbeid op vrouwen en kinderen te verzwakken, zooals zij door vermindering van den arbeidstijd, verzekering van een minimumloon, opheffing van den thuisarbeid, verzekering tegen werkloosheid in staat is de uiterlijke oorzaken tot prostitutie iets van hun kracht te ontnemen. Maar zij kan aan het kind de moeder niet weergeven en kan niet verhinderen dat de vrouw, om den nood te lenigen, haar lichaam verkoopt, gelijk haar arbeidskracht.

Sluiten