Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Als inleiding- van het overzicht moge dienen het volgend uittreksel uit het Verslag over 1849 omtrent het beheer en den staat der koloniën en bezittingen in andere werelddeelen".

„De groote behoefte aan werkvolk (koelies), bij de „in aanleg zijnde verdedigingswerken op Java, heeft jaren „achtereen het Indische Bestuur veel gebruik doen maken „van het souvereine recht, aan den beheerscher dezer „gewesten toekomende, om de inlandsche bevolking, „mits volgens met de adat overeenstemmende regeling „van beurten enz., ten arbeid te stellen ten algemeenen „nutte.

„Van den aanvang dier werken af, in 1832, is dit „middel toegepast, met betrachting dat de verplichte „arbeid, waar het kon, niet alleen gedragen werd door „de bevolking van het gewest, waar het werk tot stand „moest komen, maar verdeeld werd onder dat en de „omliggende gewesten.

„Toen te Soerabaja, behalve de fortificatiën, nog de „buitengewone havenwerken aangelegd moesten worden, „en de autoriteiten verzochten om de daartoe benoodigde „koelies op deze wijze bijeen te doen brengen, maakte „de Gouverneur-Generaal i) geene bedenking, het oude „voorbeeld te volgen, gelijk trouwens onder zijn bestuur „ook voor de fortificatiën op andere plaatsen geschied is. „De Gouverneur-Generaal deed zulks, op grond van de „vertoogen van hoofdambtenaren en hoofdofficieren, die „door lange ervaring geacht moesten worden het al of niet „uitvoerbare van den maatregel te kunnen beoordeelen; „doch ontveinsde zich de meerdere bezwaren niet, thans „aan zoodanige oproepingen klevende, bij vergelijk met „vroegere jaren, toen het kuituurstelsel niet zoo ver opge-

') De heer Rochussf.n.

Sluiten