Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

moetkoming wil laten arbeiden, haar ergo eene belastinowil opleggen, clan wel of hij haar, wettelijk en onafhankelijk van eene regeling der heerendiensten, wil dwingen arbeid tegen volle waarde te praesteeren.

In het eerste geval doet de fiscus zijn voordeel, in het tweede gaat hij met ledige handen heen.

Als de heer van Sandick zich verder van de geheele quaestie bij de Sindopradjawerken, des noods aan de hand des stellers van bovengenoemd Bijblad, eene duidelijke voorstelling gemaakt had, zou hij tot de slotsom gekomen zijn dat de „zachte dwang" een surrogaat was voor wettelijke bepalingen op het gebied van gedwongen persoonlijke diensten met volle betaling en zou hij den heer E. B. Kielstra, de talentvolle voorstander van de afschaffing van heerendiensten, buiten het debat gelaten hebben.

Men kan geheel met diens betoog in „Onze Eeuw" meegaan, men kan geheel volledige afschaffing van heerendiensten, al of niet met aequivalent, voor Java wenschelijk achten en toch der meening toegedaan zijn, dat in sommige gevallen gedwongen diensten met volle betaling niet ontgaan kunnen worden en dat, waar een wettelijke regeling te dien aanzien ontbreekt, een toevlucht tot iets onwettigs onvermydeljjk is.

Duidelijkheidshalve stellen wij thans voorop, dat waar in den vervolge in dit geschrift gesproken wordt van gedwongen diensten, de gedachte vreemd is gebleven van heerendiensten, al dan niet met tegemoetkoming, en uitsluitend bedoeld worden de diensten ten behoeve van den arbeid, gekenschetst sub 2° in het boven aangehaald Bijblad No. 875.

Sluiten