Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

koming beschouwd te mogen worden, wijzen er op dat de term heerendienstplichtigen wederom geheel ten onrechte is gebezigd.

Dat hier aan gedwongen dienst moet gedacht worden, in den zin, die daaraan door ons gehecht wordt, is boven twijfel verheven.

De Indische Regeering is niet vrij te pleiten van een zekere mate van schuld aan de verwarring op dit gebied. De weinige aandacht door haar aan de gedwongen diensten gewijd is belichaamd in bepalingen, die te vinden zijn bij de heerendienstregelingen.

Het wil ons voorkomen, dat deze diensten, die met heerendiensten slechts den dwang en niets anders gemeen hebben; wier vordering bepaald wordt door geheel andere overwegingen, dan die der heerendiensten, wel aanspraak hadden mogen maken op een eigen terrein in de wetgeving.

De heerendienstregeling van 1865 (Bijblad N°. 1580) is de eerste regeling, die van de gedwongen diensten melding maakt.

Zij onderscheidt de heerendiensten in algemeene en • bizondere. De algemeene diensten vorderen niet dagelijks de opkomst van een bepaald aantal dienstplichtigen, en worden naar de behoefte geregeld. De bizondere daarentegen eischen een dagelijksche opkomst van een bepaald aantal werkbare mannen.

De algemeene heerendiensten zijn onderscheiden in: a. „diensten ten behoeve van het aanleggen, herstellen „en onderhouden van openbare werken van algemeen nut, „waarbij het belang der inlandsche bevolking rechtstreeks „betrokken is, zooals: wegen, bruggen, dijken, dammen en „waterwerken, bazaarloodsen, wachthuizen, mijlpalen, enz.

Sluiten