Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Evenals voor het reeds beschouwde tijdvak van 1849 tot 1863 zullen we voor de jaren van af 1875 tot heden voornamelijk de Koloniale Verslagen aan het woord laten, om, waar we door omstandigheden daartoe in de gelegenheid zijn, de officieele waarheid aan te vullen middels getuigenissen van tot medespreken bevoegde persoonlijkheden of met uit eigen aanschouwing verkregen bijzonderheden.

Het tijdvak 1863—1875 zullen we niet behandelen, om reden de in dien tijd uitgevoerde openbare werken grootendeels in heerendienst tot stand gebracht zijn, terwijl de in vrijen arbeid uitgevoerde niet die omvang vertoonden, dat de voorziening in arbeidskrachten een overwegend belang vormde.

Kon dit belang bij kleinere werken over het hoofd worden gezien, de groote daarentegen, zooals de aanleg der Staatsspoorwegen op Java, de Demaksche irrigatiewerken en dc Bataviasche Havenwerken stelden aan de koelievoorziening uit hoofde van de groote hoeveelheden te verrichten arbeid zulke enorme eischen, dat de ups and downs in dit opzicht ten zeerste invloed uitoefenden op den goeden gang van zaken daarbij.

Bij de wet van 6 April 1875 (Staatsblad N°. 61) werd bepaald dat op Java de Staat een begin zou maken met den aanleg in vrijen arbeid van Staatsspoorwegen, terwijl voor het dienstjaar 1875 een som beschikbaar gesteld werd om te kunnen aanvangen met den bouw van een spoorweg ter verbinding van Soerabaia met Malang en Pasoeroean.

Sluiten