Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„slechts 55 en 77 pCt. van dien in het normale jaar 1879. „Tengevolge van de koortsepidemie, welke de bevolking „en de runderpest, welke den veestapel zoo zwaar hebben „geteisterd, bleven in Bantam meer dan een derde van „de aanwezige rijstvelden onbebouwd. Daarenboven was „in vele streken de grond slechts op onvoldoende wijze „bewerkt en het gewas niet naar eisch verzorgd kunnen „worden. Oogsten beneden het middelmatige, zoo al geen „misgewas, waren daarvan het gevolg. Het meest hadden „hiervan te lijden de afdeelingen Pandeglang en Serang; „Anjer daarentegen maakte in dit opzicht eene gunstige „uitzondering. De vrees dat tegen het einde van het „jaar schaarschheid aan voedingsmiddelen zou ontstaan, „zoo niet in de geheele residentie, dan toch in de afdeeling „Serang en in de noordelijke districten der afdeelingen „Pandeglang en Tjiringin, werd maar al te zeer bevestigd „bij eene in September 1881 van bestuurswege gedane „opneming van de nog bij de bevolking aanwezige „hoeveelheden".

Hierbij dient even aangestipt te worden, dat het Koloniaal Verslag van 1882 in hoofdzaak de lotgevallen van den spoorwegaanleg in 1881 vermeldt; de bovenvermelde treurige toestanden heerschten derhalve gelijktijdig met de gunstige op het gebied van koelieopkomst.

De vraag of laatstbedoelde verbeteringen, niet te duur gekocht zijn tegen de noodlottige onheilen, die aan bovenstaande beschrijving ten voorwerp gestrekt hebben, kan o. i. slechts in bevestigenden zin beantwoord worden.

Waar tot zulk een prijs de tijdige gereedkoming der openbare werken verkregen moet worden, is er reden het werkend geneesmiddel erger dan de kwaal te achten.

Verslag 1883.

„Aanleg van de lijn Soerakarta—Blitar—Sidoardjo.

„De opkomst van het werkvolk was in verhouding „tot het te verrichten werk meestal onvoldoende. Door

Sluiten