Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

werk een eereplaats inneemt onder het op Java tijdens Nederlandsch Bestuur tot stand gebrachte.

Hoe het daarbij gegaan is met de voorziening in werkkrachten zullen ons eveneens de Koloniale Verslagen leeren.

In het Verslag over 1878 lezen we, dat in dat jaar de verrichte arbeid eigenlijk nog slechts van voorbereidenden aard was. Aan de haven werd nog niet gearbeid wel aan den spoorweg en het kanaal tusschen Batavia en Tandjong-Priok. Bij deze hulpwerken scheen men over het algemeen niet over gebrek aan koelies te klagen gehad te hebben.

In het verslag over 1879 beginnen we klachten daarover te vernemen.

„en overvloed van werkvolk had men niet. Integendeel; „behalve dat de gewone oorzaken van periodieke schaarsch„heid van koelies haren invloed deden gevoelen, werden „ook door de groote werken, die te Batavia en te Buiten„zorg begonnen waren, (het Goenoeng-Saharikanaal, de „spoorweg naar de Preanger regentschappen en het militair „kampement te Buitenzorg), vele arbeidskrachten aan de „havenwerken onttrokken.

Nota bene altegader werken die zelf niet voldoende werkkrachten tot zich konden trekken en waarbij het gebrek zonder twijfel op den breeden rug der Bataviasche havenwerken geschoven werd.

Het is de aan ingenieurs in Indië door de omstandigheden eigen geworden zucht om coüte que coüte oorzaken voor koeliegebrek op te geven, die hier den verslaggever natuurlijk parten speelt.

In het Verslag van 1880 worden de klachten luider.

„De belangrijke werken voor Batavia's nieuwe zeehaven maakten in het 3de jaar der uitvoering (van i Mei „ï879 30 April 1880) weder groote vorderingen, maar „deze zouden nog aanzienlijker kunnen geweest zijn, „wanneer men niet voortdurend te kampen had gehad met

Sluiten