Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dan dat de heer Kielstra met de keuze van zijn overtuigingsmiddel niet gelukkig geweest is.

Ken argument dat niet op onomstootelijke waarheid gegrondvest is, kan zeer zeker niet als in hooge mate bruikbaar aangemerkt worden.

Vinden we in de ofhcieele kronieken met betrekking tot de hierboven behandelde werken gewag gemaakt van middelen van den meest uiteenloopenden aard om de koelieopkomst te verbeteren, het was te verwachten, dat daar ter plaatse van één wijze van doen om meer werkvolk te krijgen geen melding gemaakt zou worden. We bedoelen den zachten dwang, waarmede als ongeoorloofd en occult hulpmiddel natuurlijk niet voor den dag gekomen mocht worden.

Het is aan toevallige omstandigheden te wijten, dat wij eene toepassing van dit middel op het spoor gekomen zijn.

Een toenmalige deelhebber heeft ons op het navolgend uittreksel uit het „Verslag over de Burgerlijke Openbare Werken in N.-Indië over 1896," de paraphrase gegeven, die voor ons oog het gebruik van zachten dwang in het onderwerpelijk geval ontsluierde.

In hare onopgesmuktheid treffen we de ofhcieele mededeeling over de toen in uitvoering zijnde Doetamatiewerken als volgt aan:

„Bij Gouvernementsbesluit van 25 Juli 1884 N°. 37 „werd, om den voortgang van het werk te bespoedigen, „bepaald, dat gedurende het jaar 1884 ook heerendienst„plichtigen van meer dan 8 paal afstand zouden mogen „worden opgeroepen, wien eene tegemoetkoming van „25 centen in plaats van 12!/2 zou worden betaald en wier „dagdiensten dubbel in rekening werden gebracht. Achter-

Sluiten