Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„eenvolgens is bepaald geworden, dat deze regeling ook „voor de jaren 1885 en 1886 van kracht zou zijn, doch bij „Gouvernementsbesluit van 27 April 1886 N°. 18 werd „bevolen, dat de verdere uitvoering der werken zou „plaats hebben in vrijen arbeid. De in April 1886 „nieuw opgetreden executant der werken, de Ingenieur „J. K. E. I riebart, vreesde van de verandering in de „wijze van uitvoering groote stoornis in den voortgang „van het werk. Niettemin vorderde het vrij goed en in „October 1886 kon het water in de Doetamalieleiding „worden toegelaten.

Dit is nu weer wat men noemt ofjicieele waarheid, waaruit omtrent de toepassing van vrijen arbeid niets ongunstigs afgeleid kan worden ; hoogstens is men na lezing daarvan geneigd zich den Ingenieur Tkiebart voor te stellen als iemand, die de zaken donkerder inzag, dan volgens de uitkomst behoorde.

Laat ons nu even het woord geven aan de „histoire intime" van deze aangelegenheid.

In de nabijheid der uit te voeren werken lag eene industrieele onderneming genaamd Boediradja, die er 1" belang bij had, dat het water in de Doetamatieleiding op tijd toegelaten kon worden, 20 dat de loonstandaard in de omringende streek niet buitensporig opgedreven werd.

Toen nu de ingenieur de vrije arbeiders, die op zich lieten wachten, tot werken wenschte aan te moedigen door zeer hooge dagloonen, waarschuwde de administrateur van genoemde onderneming zijnen principaal voor de nadeelen, die voor de onderneming eenerzijds uit de opvoering der loonen, anderzijds uit de niet tijdige oplevering van het werk konden voortvloeien. Het toeval wilde, dat de principaal was de heer Van Delden, chef der firma Reinst en V inju te Batavia, oud-Gouvernements Secretaris

Sluiten