Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

In December 1897 was de bovengenoemde som geheel uitgegeven, terwijl nog belangrijk veel te doen overbleef.

Er diende derhalve eene suppletie van fondsen aangevraagd te worden.

Een suppletie van ƒ 129,229.- - werd voldoende geacht.

Evenals in de meeste gevallen, waarin bij de openbare werken in Indië overschrijding der toegestane fondsen onvermijdelijk blijkt, moest in casu nagegaan worden waaraan het te wijten was dat het bedrag der oorspronkelijke begrooting met ruim 18 pCt. overschreden stond te worden.

Het daarop betrekking hebbend onderzoek bracht aan het licht, dat de oorzaak daarvan voor het grootste gedeelte te zoeken was in de langzame vordering der werken tengevolge van koeliegebrek. De kosten van toezicht en administratie zijn door den onvoorzienen langen duur der werken zoodanig gestegen, dat de oorspronkelijk daarvoor geraamde som in de verste verte niet meer toereikte; als de kosten van het geemploieerde personeel, behoorende tot het vaste corps van den Waterstaat, die niet ten laste der werken kwamen, wel daarop hadden gebracht geworden, dan zou de overschrijding percentsgewijze nog veel grooter geweest zijn.

De koelieopkomst was dan ook bij deze werken veelal hoogst treurig te noemen. Er zijn daarbij periodes voorgekomen, waarin de uitgaven voor het tijdelijk toeziend hebbend personeel meer bedroegen dan die ten behoeve van den arbeid.

Het officieele verslag der Openbare werken van 1896 zegt met betrekking tot de Sindopradjawerken:

„De voortgang van de uitvoering der werken heeft, „door gebrek aan werkvolk, veelal te wenschen overgelaten.

Sluiten