Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

schetsing van arbeids-toestanden op Java, niet minder teekenend ten aanzien daarvan voor Nederland, is het daaraan gewijde in het Verslag der Staatscommissie van de Zuiderzee (1892).

Het kan wellicht zijn nut hebben naast de beschouwingen van eerstgenoemd Verslag te stellen die van het in de tweede plaats genoemde rapport.

Men zal daardoor in de gelegenheid komen de vraag te beantwoorden, die later misschien gesteld zal worden : \\ aarom moeten op Java ter wille van een behoorlijke voorziening van arbeidskrachten bij de openbare werken, bijzondere maatregelen genomen, wellicht wettelijke voorschriften gegeven worden, terwijl men in Nederland

gerustelijk ten aanzien daarvan eene afwachtende houdino-

. ö

kan aannemen ?

Bij het vaststellen van het werkplan voor de droogmaking van de Zuiderzee vindt men geen zweem van twijfel of wel over een voldoend aantal handen beschikt zal kunnen worden. In hoofdstuk XIII § 116 lezen we achtereenvolgens:

„De technische uitvoering in de eerste periode zal „niet een zoodanig aantal arbeidskrachten vergen, dat „daarvan noemenswaardige gevolgen te wachten zijn.

„Polderjongens zijn voor 't meerendeel veldarbeiders; „velen zijn een groot gedeelte van het jaar werkzaam „buiten hunne woonplaats en houden zich verder met „het boerenbedrijf op. Nu kunnen zij werk in de Zui„derzee vinden. De voor het werk benoodigde arbeidskrachten zullen dan ook even goed als die voor andere „werken te vinden zijn. Men vergete daarbij niet, dat „men door de uitvoering van het werk alleen geen bijzondere toestanden in het leven roept; eerlang' zullen „geen groote publieke werken meer onder handen zijn, „terwijl sinds 1860 ruim 265 miljoen aan Staatsspoorwegen „en bijna 93 miljoen aan de waterwegen van Amsterdam

Sluiten