Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

TOELICHTING.

Uit de eerste 24 brieven blijkt, hoe Willem van Gulik, hertog van Gelre, herhaalde pogingen in het werk heeft gesteld, om zijn trouwen vriend Henric van Steenbergen een bisschopszetel te doen verwerven. Gedurende zijn gevangenschap in Pommeren zond keizer Wencelaus een brief van aanbeveling voor Henric van Steenbergen aan den paus Urbanus VI (n#. 20) Toen onverwachts op 6 Februari 1390 Adolf van Nassau, aartsbisschop van Mainz, stierf, trachtte hertog Willem zijn doel te bereiken door den paus te verzoeken Frederik van Blanckenheim, bisschop van Straatsburg, tot aartsbisschop van Mainz te verheffen, met het denkbeeld om den Utrechtschen bisschop Floris van Wevelichoven tot bisschop van Straatsburg te doen benoemen en den op deze wijze ledig geworden bisschopszetel van Utrecht voor Henric van Steenbergen te verkrijgen. De benoeming echter van Conrad van Weinsberg tot aartsbisschop van Mainz deed dit plan mislukken.

Slechts in twee van deze brieven, n4. 20 en 23, wordt het jaar waarin en de dag waarop zij geschreven zijn vermeld, bij een vijftal staat alleen de dag aangeteekend en bij de overige brieven zijn jaar en dag weggelaten. Door vergelijking der brieven onderling en met inachtneming der ondervolgende data kunnen de meeste brieven echter met vrij groote zekerheid gedateerd worden.

19 November 1388. Willem van Gulik, hertog van Gelre, vertrekt voor de 2dc maal naar Pruisen en wordt in Pommeren gevangen genomen.

Augustus 1389 in vrijheid gesteld en begeeft zich naar Praag bij keizer Wencelaus,

Sluiten