Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

N®. 85. 15 September 1591. Reinolt van Gulik aan zijn vader, over hetzelfde onderwerp.

N°. 86. 15 September 1391. Reinolt van Gulik aan zijne moeder, over hetzelfde onderwerp.

N°. 87. 16 September 1391. De hertog aan Reinolt, zijn zoon, hem verzoekende een goed eerbaar man te zenden op Zondag na Remeysdag om tot een vergelijk te komen.

N°. 88. 2 December 1391. Reinolt van Gulik aan zijne moeder, om haar te verzoeken zijn vader aan te sporen hem zooveel te geven waarvan hij kan leven, zullende hij anders genoodzaakt worden om zich het noodige te verschaffen.

X°. 89. 2 December 1391. De hertogin aan Reinolt, haar zoon, hem aanmanende om toch geen onwaardige handelingen te verrichten.

N°. 90. 3 December 1391. Reinolt van Gulik aan zijn vader, als n#. 88.

N°. 91. 4 December 1391. De hertog aan Reinolt, zijn zoon, als n*. 89.

N°. 92. 28 Juni 1392. De hertog aan Reinolt, zijn zoon, zich beklagende dat zijne gezellen een van zijne onderzaten van vee, enz. beroofd hebben.

N°. 93. 28 Juni 1392. De hertog aan Johan, Willem en Herman van Buschveldt, over dezelfde zaak.

N°. 94. 28 Juni 1392. De hertog aan de gezellen van zijn zoon Reinolt, over dezelfde zaak.

N°. 95. 28 Juni 1392. Reinolt van Gulik aan zijn vader, meldende dat Gerlach van Oitgenbach met eenigc van zijne gezellen goed heeft afgenomen van de abdisse van Elten, met wie hij in vijandschap is.

N°. 96. 28 Juni 1392. Johan, Willem en Herman van Buschveldt aan den hertog, van den zelfden inhoud.

N°. 97. 28 Juni 1392. De knapen en knechten van Reinolt van Gulik aan den hertog, van denzelfden inhoud.

Sluiten