Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Gelijk bekend is, gaat Jacobus niet eens uit van de vraag naar de rechtvaardiging, maar van de vraag, of het geloof, ook zonder werken, de kracht heeft te behouden (2 : 14). J) Eerst in 2:21 begint Jacobus te spreken over de rechtvaardiging. Maar dat hij hier terug ziet op geschriften van Paulus (men heeft gewezen op Rom. 4:3 en Gal. 3 : 6), is niet aan te nemen. »Nein, dieser Schriftsteller hat nicht die leiseste Ahnung davon, dasz irgend jemand je diese Stelle zum Beweis für die entgegengesetzte These gebraucht hat.... Nur wenn man 2, 24 durch die dogmatische Brille betrachtet, kann man darin eine antipaulinische These finden. Dasz die Rechtfertigung notwendig sei, um vom Gericht zu erretten, wodurch es sich in unserem Abschnitt von Anfang bis zum Ende handelt, sagt doch Matth. 12, 37 mit aller wiinschenswerten Deutlichkeit u. s. w.« (S. 33).

Om het belang der zaak zijn wij verplicht hier iets in te schuiven uit Weiss' Einleitung. Wij hebben op het oog $ 37 n. 3 (het slot), waar Weiss spreekt over de herkomst der aan Paulus herinnerende formules bij Jacobus. »Die angeblich paulinischen Formeln (>7 7ikavaa&t, alA tgu ti„•) gehören der rabbinischen Dialektik, Ausdrücke wie axyoaTrjs, notr/Ttn, n«QaftaTijs vopov, vofiov rèXtti', Stxcciouoftai t'| i(>yuiv (vgl. auch Jac. 2, iomit Gal. 5, 3) der Gesetzeslehre der Zeit an, Begriffe wie

') Weiss erkent trouwens het nauwe verband tusschen beide begrippen. In zijne Theologie, S. 186 zegt hij b.v.: „Oer blosze Glaube an sich kan nicht erretten, weil nur der, den Gott für gerecht erklart, errettet werden kann." Dat nauwe verband blijkt trouwens ook uit hetgeen Weiss verder zegt in zijne brochure.

Sluiten