Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Jeruzalemsche gemeente was te verstaan. Inderdaad laat de nieuwere critiek ons voor een niet op te lossen raadsel staan. Bovendien hebben hare argumenten geene genoegzame waarde. Daarentegen is er veel, dat voor onze opvatting pleit. Allereerst weten wij van den historischen Jacobus, hoezeer hij in aanzien stond, ook zelfs bij zijne ongeloovige landslieden. Van hem kunnen wij het ons voorstellen, dat hij de hoop kon koesteren, dat zijn woord alom weerklank zou vinden of althans indruk zou maken. *) Als vanzelf worden wij hier verwezen naar eenen zeer vroegen tijd van vervaardiging, naar een tijd, waarin de Joodsche Christenen nog voor een groot deel samenleefden met de Joden. Op dezen tijd wijst ook de omstandigheid, dat het Christendom nog geheel »als eine innerjiidische Bewegung erscheint«, welke nog maar alleen gevaar loopt van de zijde der ongeloovige Joden, »zu der die heidnische Obrigkeit noch gar keine Stellung genommen hat" (S. 49). 2) Daarbij komt, dat in onzen brief nog geen spoor te vinden is van die vragen en moeilijkheden, welke zich moesten voordoen, zoodra Joodsche en Heidensche Christenen met elkander in botsing kwamen. Ook mag gewezen worden op de gewoonte

') Vgl. Einl. S. 405. „Wenn der Verfasser sich schlechtweg Jacobus nennt und nur als Knecht Gottes und des Herm Jesu Christi charakterisirt (1, 1), so kann das eine verstAndliche Selbstbezeichnung fttr die Leser nur gewesen sein, wenn er der Bruder des Herrn war, der durch seine Autoritatsstellung an der Spitze der Gemeinde zu Jerusalem ein so hervorragendes Ansehen besass, dass es einer Unterscheidung von Anderen gleichen Namens nicht bedurfte u. s. w."

2) Vgl. de argumentatie van Weiss, Einl. S. 400.

a

Sluiten