Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Jacobus de brieven van Paulus zeer goed gekend; daaraan ondeent hij immers het voorbeeld van Abraham, om »dem Paulus seine Hauptbelegstelle zu entwinden» (Jtilicher). Zelfs durft Holtzmann met Schwegler uitroepen: »es ist ein unerquickliches Geschaft, einen Streit fortzuführen, der der Sache nach für jeden Einsichtigen langst entschieden ist <.

De vraag is maar, of hier ook eene vergissing mogelijk kan zijn. Wie, gelijk meestal het geval is, zijn uitgangspunt neemt in den Romeinen en Galaterbrief, en van daar tot onzen brief komt, die zal eenen sterken indruk ontvangen, dat hier gepolemiseerd wordt tegen Paulus. Anders evenwel zou het zijn, wanneer men eens uitging van onzen brief. Dan zouden wij wellicht met Spitta gaan aannemen, dat Paulus tegen Jacobus polemiseert. In elk geval had Holtzmann de voorbeelden van Abraham en Rachab niet mogen beschouwen als de »fast unwiderlegbaren« bewijzen, dat Jacobus polemiseert tegen Paulus, want reeds het tweede voorbeeld heft de bewijskracht van het eerste op. Rachab toch wordt door Paulus niet aangevoerd. Dat nu Jacobus aan het voorbeeld van Abraham niet genoeg heeft, maar er nog een tweede bijvoegt, bewijst reeds, dat hij ook voor het eerste den Romeinenbrief niet noodig gehad heeft. Vermoedelijk heeft hij beide voorbeelden ontleend aan de traditie der Joden. Men mag niet zeggen, dat Jacobus het voorbeeld van Rachab heeft ontleend aan den Hebreërbrief, want hier staat zij in geene betrekking tot de rechtvaardigingsleer. Een Joodsch-Christelijke auteur als onze Jacobus behoefde de figuur van Rachab niet te ontleenen aan den

Sluiten