Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kunnen geven en de Heidensche Christenen kunnen vrijspreken van de ritueele wet?

Ernstiger bezwaar zou het tamelijk correcte Grieksch van den brief kunnen opleveren. Wanneer inderdaad kon worden aangetoond, dat een eenvoudig, hoewel niet onbelezen man, uit het volk van Galilea, vervuld van belangstelling voor de zaak der Christelijke religie, zulk eenen brief slechts in het Arameesch had kunnen schrijven, dan zouden wij moeten onderstellen, dat zijn brief is overgezet in het Grieksch, door wien dan ook. Maar in Galilea sprak men, evenals in het aangrenzende Syrië, veel Grieksch ; de godsdienstige lectuur was er ook grootendeels in het Grieksch geschreven.

Dat Jacobus de LXX gebruikte, kenmerkt hem volstrekt niet onder de N. T.ische auteurs. Het Hebi eeuwsch was niet meer de volkstaal en zeker alleen aan de Schriftgeleerden bekend.

Zoo bestaat er dus geen enkel geldig motief om den brief te ontzeggen aan Jacobus, den broeder des Heeren. »Ein Usurpator des Jacobusnamens im zweiten Jahrhundert hatte sich auch sicher nicht begnügt, sich als douXoj 'lyaov Xqhitov zu bezeichnen, sondern hatte den addcpoi jov xvqiov seinen Lesern unter die Augen gerückt» (S. 40).

Wij zijn genaderd tot de argumentatie van Zaiin, gelijk wij die vinden in zijne Einleitung van 1897.

Volgens hem waren de lezers bijna uitsluitend Joodsche Christenen; slechts enkele geboren Heidenen en proselieten bevonden zich onder hen (vgl. 2 : 25). Ver-

!) De tweede editie, die van 1900 dus, heb ik niet kunnen raadplegen.

Sluiten