Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zoozeer te verklaren uit eene lectuur van de Paulinische brieven, als wel uit het verkeer, dat er bestond tusschen de Palestijnsche en de buitenlandsche Christenen. Onze brief polemiseert niet bepaald tegen eene leer (de Paulinische in dit geval), maar tegen eene verkeerde praktijk. »Mithin bleibt nur die Annahme iibrig, dasz dort ein mit der Ver.ïuszerlichung des Christentums zusammenhangender Mangel an sittlicher Bethatigung des Glaubens, welchen man mit miszbrauchlicher, auf Miszverstand beruhender, Anwendung paulinischer Satze zu beschönigen suchte, geriigt wird. Wahrscheinlich war letztere Neigung zunachst in heidenchristlichen Kreisen entstanden und von da auch in die judenchristlichen eingedrungen* (S. 584).

Dit alles pleit er voor onzen brief te plaatsen in het laatst van den apostolischen tijd, toen de kerk reeds een uitgestrekt terrein omvatte en het Christelijke leven zijne eerste frissche kracht verloor. Af te wijzen is de meening, dat de brief een der oudste N. T.ische geschriften zou zijn. Wat men hiervoor als argumenten heeft aangevoerd, is van weinig of geen beteekenis. In 2:2 is bedoeld eene plaats van samenkomst voor de Christenen. Wij hebben hier niet te denken aan eene Joodsche synagoge, in welk geval er nog »Synagogengemeinschaft« zou bestaan tusschen Joden en Joodsche Christenen. Wat de verwachting van de paroesie aangaat (5 : 7 v.v.), deze treft men ook nog in den na-apostolischen tijd aan. Dat Jacobus zich alleen tot Joodsche Christenen wendt, bewijst niet, dat er niet ook Heidensche Christenen waren. Maar waarom zou hij, het hoofd

Sluiten