Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

seine in die Form eines pastoralen Rundschreibens ') gebrachte Schrift fiir die auszerpaUistinensischen Judenchristen, die er mit seiner persönlichen Wirksamkeit nicht erreichen konnte, zu einer Zeit geschrieben hat, als Paulus durch seine Gefangenschaft oder vielleicht schon durch seinen Tod seiner Thatigkeit entzogen war, um seine christlichen Volksgenossen von der drohenden Gefahr einer Verweltlichung und Erstarrung ihres Christentums zu warnen. Da der I. Petrusbrief wahrscheinlich vom J. B. Gebrauch macht, seinerseits aber wohl 65—66 geschrieben ist, und Jakobus etwa 66 gestorben ist, so ware die Abfassung des J. B. in die letzten vorangehenden Jahre zu setzen« (S. 586 u. 587).

Ook Feine willen wij hier hooren. 2) Hij geeft toe, dat de voorpaulinische dateering van den brief vele moeilijkheden verwijdert en oplost. Zoo b.v. het ontbreken van elke toespeling op de besnijdenis en de ceremonieele wet. Bij deze opvatting is ook het adres gemakkelijk te verklaren. De toestanden, welke onze brief onderstelt, zijn blijkbaar »innerjüdische», de meeste gebreken welke Jacobus in zijnen brief bestrijdt, zijn op te vatten als het noodzakelijk uitvloeisel van het nationaal Joodsche karakter. Ook verklaart de voorpaulinische dateering van den brief zeer goed de

') Volgens Sieffert toch is de brief eigenlijk geen brief, „sondern der J. B. ist eine in die Form eines pastoralen Rundschreibens gebrachte Ansprache an alle Judenchristen innerhalb der oflenbar schon weitverbreiteten Christenheit" (S. 582).

2) Vgl. de critiek hierop van wijlen Prof. Van Manen in Theol. T. '94, en ook van Prof. Van Rhijn in Theol. Stud. '93.

Sluiten