Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dann Jakobus mit denselben Mahnungen auch als ihr Warner und Berater auftreten und sie zu rechtem christlichen Wandel aufrufen wollen. Ein solches Verfahren ist vom geschichtlichen Jakobus wohl denkbar, von einem Spateren, der nur in der Rolle des Jakobus auftrat, viel weniger wahrscheinlich« (S. 95).1)

2. DE CR1T1SCHE OPVATTING.

a. De vroegere bedenkingen tegen de echtheid van den brief in de Christelijke oudheid en in het tijdvak der reformatie.

De twijfel aan de echtheid van den brief dateert bijna vanaf het ontstaan van den brief. Een sprekend bewijs hiervan is vooral het feit, dat het zgn. fragment van Muratori den brief stilzwijgend voorbijgaat. Geen wonder dan ook, dat de eerste die den brief uitdrukkelijk citeert, Origenes, hem een onder den naam van Jacobus loopenden brief noemt, dus hem naar het schijnt, kenmerkt als een geschrift van twijfelachtige authenticiteit (Vgl. in Joh. tom. 19, 6 en 20, 10). Nog bijna eene eeuw later rangschikte Eusebius hem onder de zgn. rivTihyofima, geschriften die geen algemeen kanoniek gezag hadden, maar aan wier echtheid door velen sterk werd getwijfeld (H. E. III, 25; vgl. 11,23). Opmerkelijk is, dat Eusebius den brief vooraanplaatst onder de Katholieke brieven. Dat schijnt hij gedaan te hebben

') Feine voegt er in eene noot bij, dat bij zijne opvatting, die althans gedeeltelijk overeenstemt met die van Siefifert, gemakkelijk te verklaren is het ontbreken van persoonlijke betrekkingen tot de geadresseerden, evenals het ontbreken van groeten enz.

Sluiten