Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

schlagen.» In zijn commentaar op Genesis zegt hij: »Jacobus delirat.« Maar het duidelijkst leert men Luther's antipathie tegen den Jacobusbrief kennen uit zijne open aanmerkingen, gemaakt op den rand van zijn exemplaar van het N. T.

Merkwaardig is nog, dat Luther bij den naam Jacobus altijd denkt aan den zoon van Zebedeüs. Hij komt tot de conclusie, dat de brief lang na de brieven van Petrus en Paulus vervaardigd is.

Ook Bugenhagen *) (f 1558) verwierp den brief. Volgens hem is er altijd (Eusebius, Hieronymus) critiek op den brief uitgeoefend, »quod illa epistola dicit apertis verbis contra scripturam, contra doctrinam verorum apostolorum et contra iustitiam Dei, quae est per fidem Jesu Christi.«

Ongeveer even sterk tegen den brief laat zich zijn eerste Protestantsche commentator Andreas Althamer uit.2) Hij beweert den brief gecommentarieerd te hebben met dit doel, dat ieder kan zien, »qualisnam sit epistola, quae vix micam habeat apostolici salis.« Maar in zijn Duitschen commentaar van 1533 heeft hij onder den invloed van Melanchton, zijn hard oordeel over den brief gematigd.

Ook zij hier nog herinnerd aan het oordeel der Maagdenburgsche Centuriatoren. 8) Als eerste argument

') Vgl. zijn „Jonas propheta expositus, in tertio capite tractatus de vera poenitentia etc.", Vuittenbergae 1550, c 3.

3) Andreae Altharaeri Brenzii Annotationes in Epist. b. Jacobi iamprimum editae, Argentorati 1527.

!i) Hunne kerkgeschiedenis is uitgegeven onder den titel: Ecclesiastica historia.... Per aliquot studiosos et pios viros in urbe Magdeburgica, Basileae 1564.

Sluiten