Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

(4, 13 f)- Auch wenn Jak. i, 19. 20 so ermahnt, schnell zum Horen, langsam zum Reden zu sein und sich vor Zorn zu hüten, so klingt das ganz essenisch« (Einl. S. 538; Z. f. w. Th.« 73, S. 26). In verband hiermee spreekt Hilgenfeld van een Orfisch karakter van den brief. De herhaalde waarschuwing tegen het zondigen met de tong herinnert aan het Fythagoreïsche zwijgen. Wanneer Jacobus spreekt van koyoi rijs nXri&nas (1 : 18), van Ao/oj i/upvTOi (1 : 21), dan bedoelt hij blijkbaar hetzelfde als de Orfici, wanneer zij spreken van den uqo's Ao/o,-. De uitdrukking Tgo^ot r«n ytvtatw; is ontleend aan de Orfische mystiek.

W. Brückner noemde onzen brief een product van het Christelijke Essenisme. Dat Essenisme uit zich in het verbod van den eed, in de verachting van den rijkdom, in de polemiek tegen het zondigen met de tong. »Der allerdings nicht ausgesprochene, aber doch überall vorauszusetzende Gegensatz gegen die haretische Gnosis und dieser essaische Grundzug machen den Jakobusbrief als Erzeugnis des 2. Jahrh. sehr wohl erklarlich» (Chronol. Reihenfolge, S. 291).

Er bestaat volgens Brückner eene incongruentie tusschen het adres (het opschrift) en den inhoud van den brief. Het opschrift doet denken aan een breeden kring van gemeenten, maar de inhoud past alleen op ééne enkele gemeente. Vermoedelijk schrijft Jacobus aan de 2 : 2 genoemde ovvuytoyt). »Hier wird die wahre Adresse des Briefes verraten. Es ist ein einzelnes, eng abgeschlossenes Conventikel essaisch gesinnter Judenchristen, deren Verhaltnisse dem Verfasser aus eigener

Sluiten