Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

veel overeenkomst met synoptische loyia xvgiov, vooral uit de bergrede. Daarom heeft men evenwel nog niet het recht te besluiten tot een hoogen ouderdom van den brief, want de parallellen dragen het karakter van glossen en omvormingen.

Na deze geleerden komen ter sprake die critici, die het Joodsch-Christelijke karakter van den brief min of meer ontkennen en hem een product achten van het Katholieke Christendom. Tot deze groep van geleerden schijnt reeds Blom te behooren, maar vooral hebben wij hier te rekenen met de critiek van Von Soden, Jülicher en Pfleiderer. Ook Holtzmann behoort hierbij, al erkent hij nog eenigen Ebionitischen invloed bij Jacobus. Na hen komt dan de hypothese van Harnack ter sprake, die slechts een onderdeel van het hier te behandelen vraagstuk raakt.

Allereerst handelen wij dan over het werk van Dr. Blom, dat zeker wel mag beschouwd worden als het belangrijkste, dat in ons vaderland over den Jacobusbrief geschreven is.

Zijn hoofddoel was de plaats aan te wijzen, die de Jacobusbrief heeft ingenomen in het ontwikkelingsproces der tegenstrijdige richtingen en zienswijzen, waaruit ten slotte de Katholieke kerk is geboren. Te dien einde beschouwt Blom den brief eerst op zichzelf. Hij

') Vgl. de beoordeelingen van Prof. Oort (populair) in N. en O. 1870, van Prof. van Bell in den Tijdspiegel van '70, van Prof. Kuenen in de Gids van 1871, van Stenfert Kroese in de Vaderl. Letteroefen. 1871, van Jungius in Theol. T. '71. Gelijk bekerd is, schreef Blom na zijn boek over den Jacobusbrief nog artikels in Theol. T. 1872 en 1881.

Sluiten