Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hoogstwaarschijnlijk heeft Hermas onzen brief gekend — in zijne Einl. 8. 336 oordeelt hij anders. »Abgesehen von dein im Briefe weit verbreiteten Gebrauch paulinischer Redeweise und Literatur, setzt übrigens auch schon die Poleniik des Briefes gegen glaubensstolze, aber werkarme Theorie, gegen alles Disputiren und Dociren überhaupt ein ziemlich vorgeschrittenes Streben voraus, das Evangelium als Theologie zu be greifen und zu formuliren» (S. 298). In de uitdrukkingen aoifia imyttog, t/u>x<x,/> duinovtwdijs (3 : 15) brspeurden sommige geleerden immers reeds iets van het Gnosticisme. Ook de handelwijze van 2 : 7 wijst ons op een laten tijd, den tijd van Trajanus. Onder de rijken van 2 : 2—7, 5 : 1—6 hebben wij te verstaan «vornehme Aspiranten des Christenthums, welche man seitens der Gemeinde durch eine schmeichelhafte Behandlung zu gewinnen suchte» (S. 299). ')

De argumenten, welke men »für eine früheste Datirung des spatest bezeugten Schriftstückesgeltend macht», zijn de volgende :

in. Het opschrift 1 : 1 wijst ons op tijden, toen nog maar alleen Joodsch-Christelijke gemeenten bestonden, hoogstens met enkele proselieten vermengd. »Aber aus der, nach dem »Israël in der Zerstreuung» weisenden, Adresse kan auch geschlossen werden, dass das Christenthum schon den Weg in die Weite des Völkerlebens gefunden hat, ja dass in Jerusalem selbst, weil

!) Anders oordeelt Holtzmann in zijn Einl. S. 333. Daar heeten de rijken afvalligen. Ook schijnt Holtzmann hier den brief te plaatsen in den tijd van Hadrianus en Antoninus Pius, omdat onze brief eene periode van rust onderstelt. (Vgl. S. 332, 2).

Sluiten