Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

es bereits ode lag, keine Adressaten mehr zu suchen waren« (S. 300).

2°. üe gemeente heet 5:14 txxltjaia, haar plaats van samenkomst 2 : 2 nog avvayioyij. Maar op de eerste plaats is reeds sprake van «amtliche Verrichtungen seelsorgerlicher Art auf Grund einer ausgebildeten Presbiterialverfassung..., was über die Zeiten des Paulus herabführt» (S. 300). Wilden wij 2 : 2 letterlijk verstaan, dan zouden wij moeten denken aan eenejoodsche synagoge, waarin Christenen plaatsen aanwijzen, en dan zouden wij komen tot eene historische absurditeit. Het woord «urayooyij (vgl. Hebr. 10:25 ini<ivvoty<oytj) bewijst niet eens het Joodsch-Christelijke karakter der lezers.

3". Slechts vóór het uitbreken van den Joodschen oorlog kunnen de Christenen in het Oosten uit een religieus, sociaal en civiel oogpunt in zóó nauwe relatie hebben gestaan tot de hen omringende Joden, dat b.v. een binnendringen van Joden in de Christelijke gods dienstoefeningen mogelijk kan heeten. »Allein 2, 2—7 wird nur die Möglichkeit eines Erscheinens von Nichtchristen in solchen Versammlungen, ahnlich wie auch 1 Kor. 14, 23—25, vorausgesetzt; und wenn die Christen nach 2, 7 schon diesen ihren Confessionsnamen trugen, so war es bereits zur Scheidung zwischen ihnen und den Juden gekommen; mindestens ist die Zeit Apg. 11, 26 schon vorausgesetzt, in Wahrheit, da sich an jenen Namen bereits Processe knüpfen, eine noch viel spiitere» (S. 301).

4". Ook de inwendige toestand der gemeenten draagt nog het nationaal Joodsche karakter. Als voornaamste ondeugden vinden wij vermeld hebzucht en gierigheid.

Sluiten