Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het verstrooide Israël een nieuw middelpunt zocht. In Rome, niet in Syrië, vinden wij de eerste sporen van het bestaan van onzen brief, hetzij in i Petrus, i Clemens of in Hermas. ')

Ons overzicht zou onvolledig mogen heeten, wanneer wij niet ook nog althans met enkele woorden melding maakten van wat Holtzmann in zijne Neutest. Theol. II, 1897 S. 328—350 opmerkt. >Mit Jud. und II Pt,« zoo heet het daar (S. 328), »gehort der dem urchristl. Gemeindehaupt zugeschriebene Brief zu den spatesten Stücken der neutest. Sammlung, in welche er auch gerade unmittelbar vor Thorschluss noch Eingang gefunden hat. Nur der Eorm nach ein Brief, schliesst er sich in Anschauungskreis und Ausdrucksmitteln derselben hellenistischen Literatur an, aus welcher er auch am reichlichsten geschöpft hat«. Vooral de Chokma-litteratuur en de geschriften van Filo hebben invloed uitgeoefend. Natuurlijk is dit volstrekt niet te rijmen met de traditioneele opvatting van het auteurschap van onzen brief, waarbij dan nog komen de bewijzen, dat onze auteur bekend is geweest met de classieken. ~) Wanneer Holtzmann de leer van den Jacobusbrief wil bespreken, dan kiest hij zijn uitgangspunt in de pericope 2 : 14—26, het meest zelfstandige deel van den brief. Het resultaat dezer bespreking is, dat men eigenlijk niet moest spreken

') In dit opzicht is Holtzm. wel eenigszins van meening veranderd. Einl. S. 336 heet het, dat onze brief „waarschijnlijk" afhankelijk is van 1 Petrus. Van 1 Clemens is hij zeer bepaald afhankelijk, van den Pastor van Hermas „waarschijnlijk".

s) Hoe Holtzm. oordeelt over de nog te bespreken hypothese van Spitta, zal aan het eind van dit overzicht worden meegedeeld.

Sluiten