Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van uitdrukking, de taal en de inkleeding der afzonderlijke deelen. Soms moeten wij denken aan de eenvoudige, sobere taal van Jezus; dan aan de gespierde taal der O. T.ische profeten (4 : 1 v.v., 5 : 1 v.v.); dan aan voortbrengselen van Grieksche rhetorica (3 : 1 —12); maar ook wel aan het product van een theologischen polemicus. «Dabei lasst sich — und das ist das Paradoxeste des Paradoxen — doch nicht verkennen, dasseine gewisse Einheitlichkeit sowohl der sittlichen Gesinnung als auch der Sprache vorhanden ist, die dem Ganzen

— ahnlich wie gewissen A T-lichen Prophetenbiichern

— trotz der Zusammenhangslosigheit eine innere Einheitlichkeit verleiht» (S. 488).

Nu moge het al waar zijn, dat wij al deze moeilijkheden niet met volkomen zekerheid kunnen verklaren, maar deze conclusie mogen wij toch wel trekken: de verschillende deelen waaruit de brief bestaat, zijn oorspronkelijk niet in dezen samenhang gedacht en geschreven ; m. a. w. bij onzen brief hebben wij te onderscheiden een auteur van de verschillende stukken van den brief en een redactor van het geheel. Wanneer nu de auteur — gelijk wij zullen moeten aannemen — ongeveer 120 geleefd heeft, dan heeft de redactie van het geheel natuurlijk na 120 plaats gehad. Drie mogelijkheden zijn hierbij in het oog te houden:

i°. Tegelijk met de compilatie en redactie (nog vóór het midden der tweede eeuw) heeft de brief tot op schrift gekregen : 'laxcofioj iïêov xai xvqiov 'I, X. dovXo,•

tuis (ïtodfxa qivlaiy- Taii iv TT) Siaaixonu ;

2°. Dit opschrift is eerst veel later aan den brief toegevoegd;

7

Sluiten