Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wesen*. Omgekeerd kan men het zich best voorstellen, »dass man gegen Ende des 2. Jahrh. einem früher nur in beschranktem Kreise beliebten und angesehenen Schriftstiick, als es aus Paliistina in die Christenheit vordrang, die Etiquette «Jakobus» vorgesetzt hat. Wo diese Pradicirung entstanden ist, und wie sie sich durch gesetzt hat, ist uns unbekannt —je weniger man vorher von dem Schriftstück wusste, um so leichter war die Reception» (S. 490 u. 491).

Men mag den brief nooit raadplegen als bron voor eene vroegere periode dan 120—140, onverschillig hoe men over het ontstaan en de wording van den brief oordeelt.

c. De opvatting van onzen brief als een produet van het Hellenistische Jodendom.

Vroeger hebben wij gezien, dat volgens Luther de brief wel geschreven kon zijn door een Jood, »der wohl hat hören von Christo lauten, aber nicht zusammenschlagen*. Merkwaardiger is nog, dat reeds Lucas Osiander (f 1604) in zijne verklaring van denjacobusbrief (Sacrorum bibliorum Pars III, Francofurti 1619) eene interpolatie aanneemt van de woorden *«« xuniov '/qaov Xqhitov (i : 1), »ab aliquo bono quidem animo, sed non satis exquisito iudicio» aangebracht, met de bedoeling, om aan den brief een hooger aanzien te verschaffen. Het voornaamste argument is voor hem, dat er in den ganschen brief niet gesproken wordt van de verdiensten van Christus.

In Schneckenburger's > Beitrage zur Einleitung ins N.T. <

Sluiten