Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

den brief en duurt reeds drie jaren. Ook geeft hij in deze aanteekening te kennen, dat het hem niet onbekend is gebleven, dat Spitta zijne krachten aan hetzelfde onderwerp wijdt. Maar hij voegt er aan toe, dat zij niets weten van elkanders argumentatie.

In het eerste caput: »l'Épitre et Jésus-Christ», wijst Massebieau er op, dat de naam van Jezus Christus maar twee keer voorkomt in den brief, t. w. i : i en 2:1 Hij noodigt ons nu uit om den naam op beide plaatsen te schrappen

Dan blijft er dus niets over in den brief, dat ons direct aan den persoon van Christus herinnert. Maar daarmee is hij toch niet gereed. Massebieau gaat den brief na, om te zien, of er in de theologie van Jacobus ook plaats is voor den persoon van Jezus Christus. Het antwoord moet ontkennend luiden. »Or c'est vainement qu'on chercherait dans 1'Epitre la moindre mention d'un des actes du drame de la Rédemption: incarnation du Fils de Dieu, son sacrifice expiatoire, sa résurrection, son glorieux avènement* (p 253).

Hier evenwel doet zich eene moeilijkheid voor. De brief toch schijnt woorden van Jezus te bevatten, de schrijver schijnt wonderwel tehuis te zijn in de bergrede. Maar ten slotte beteekent dit toch heel weinig. «Quand il s'agit de Dieu, de ses commandements ou de ses promesses, Jacques sait citer. Mais s'il a reproduit des paroles de Jésus, jamais il ne les distingue des siennes propres ....« (p. 256).

Massebieau onderstelt, dat Paulus den Jacobusbrief gekend heeft. Dat Jacobus afhankelijk zou zijn van Paulus, is volgens hem ongerijmd.

Sluiten