Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

2:1. Wel pleegt men ook te wijzen op plaatsen als 2:7, 4: 12, 5:9 e. a., >aber in allen diesen Punkten gehen doch die Ansichten der Erklarer weit aus einander, und nicht eine einzige Stelle lasst nicht auch eine Erkliirung zu, bei der die christliche Beleuchtung schwindet. Es bleibt dabei: mit voller Sicherheit kann der christliche Charakter des Briefes nur an den zwei Stellen nachgewiesen werden, wo der Name Jesu aus driicklich genannt ist, namlich 1, 1 : 'laxmjioi i>tov xai

XUQIOV 'It/OOV XqKSTOV dovko,-t en 2:1: f*1) tv TTQOGtOnohrjfUlllUlj t%tTt Ttjf mariv xov xvniov tj/uov 'hfiuv Xquitov r>;,' (S. 3).

Aanbeveling verdient uit te gaan van 2:1. Dat hier een crux interpretum schuilt is uit de commentaren duidelijk op te maken. Blijkbaar is de tekst hier te overladen. Waarbij behooren de woorden xr^ (5o£»/» ? Om aan de moeilijkheden, die trouwens algemeen erkend worden, een einde te maken, onderstelt Spitta, dat de woorden r)pa>v 'Iqaov X^taroo later in den tekst zijn ingevoegd door iemand, die te kennen wilde geven, dat hij den xi/pio,- rt/f hield voor denzelfden per¬

soon die in 1 Cor. 2 : 8 zoo wordt genoemd. Dat deze veronderstelling niet uit de lucht gegrepen is, bewijst Spitta door verschillende plaatsen aan te halen, waar dit klaarblijkelijk ook is geschied. Zoo vindt men b v. bijjac. 5: 14 in enkele minuskels ook ingevoegd'Irjaov Xqiotov.

De uitdrukking »Heer der heerlijkheid» komt herhaaldelijk in het boek Henoch voor als titel van God (40, 3 ; 63, 2 ; 81 : 3).') In het N. T. vinden wij voor God

') S. IV van het voorwoord geeft Spitta nog enkele parallelle plaatsen op, en wel uit het te Akhmim ontdekte Grieksche Henochfragment: 22, 14; 25, 3; 25, 7; 27:3; 27:5.

Sluiten